Uitnodigings-brief, van den Geleerden Jood (1742)

Titelbeschrijving
Uitnodigings-brief, van den Geleerde Jood. Aan alle Geleerde Heeren Predikanten. En voorts die geenen welke de waarheid betragten in de Liefde.
De titels van de hierop volgende afleveringen luiden, naar gelang de afzender:

  • Briev [Tweede Briev enz.] van eenen Leeraar der Hervormden uit Amsteldam, geschreven aan eenen Geleerden Jood.
  • Briev [Tweede briev enz.] van eenen Geleerden Jood, geschreven aan eenen Leeraar der Hervormden in Amsteldam.

Periodiciteit
Maandags weekblad. De Uitnodigingsbrief is niet gedateerd; de vervolgen zijn dat wel. De brieven van de twee schrijvers wisselen elkaar af, zij het niet noodzakelijk elke week. Die van de ‘leeraar ‘zijn gedateerd 5 en 26 maart 1742, verder 9 en 30 april, 7, 14 en 28 mei van dat jaar. Die van de Jood zijn gedateerd 19 maart 1742, 2, 16, 23 en 30 april, 22 mei en 4 juni. Er zijn (althans in het geraadpleegde exemplaar) dus respectievelijk zeven en zes vervolgen geweest op de uitnodiging.

Bibliografische beschrijving
Elke aflevering bevat acht bladzijden in octavo. De Uitnodigingsbrief is gepagineerd 1-8 (er is geen aparte titelpagina. Het titelblok is gelijk aan de titel). Daarna wordt de paginering herbegonnen, voor beide correspondenten samen. Dat laatste geheel telt als 1-104. Hier bevat het titelblok eerst de datering, daarna de titel.

Boekhistorische gegevens
Er is één colofon te vinden, luidend:

Deze Brieven werden alle Maandagen uitgegeeven te Amsterdam by Hendrik Vieroot, Rotterdam Beman en Losel, Haarlem van Lee, Leyden Kerkhem en Hasebroek, ’s Hage van Thol en van den Berg, Dort Wittich, Gorcum Goetzee, Alkmaar Maag, Hoorn Beukelman, Enkhuizen Callenbach, Zutphen van Hoorn, Middelburg Meercamp, Nymegen van Reuver, Bosch Pallier, Zwoll van Straten, Deventer van Wyk, Groningen Radys, Leeuwaarden Koumans en van Dessel, Harlingen van der Plaats en Jongma, Meppel Erpers, Sardam Ketel enz.

Medewerkers
Het is niet mogelijk een verschil in stijl of zelfs in standpunt bij de twee correspondenten vast te stellen. Men kan vermoeden dat er slechts één auteur is. In dat geval kan men denken aan Jacob FUNDAM (ca. 1700-?), een ‘bekeerde’ Amsterdamse Jood. Hij had in 1737 reeds een blad gepubliceerd dat een zekere verwantschap vertoont: de Schatkamer der Talmud (1737). Van hem is ook: de Brief-Wisselinge gehouden tusschen eenen Beminnaar der Christelyke Waarheid, en eenen Geleerden Jood (1742)

Inhoud
De ‘Geleerde Jood’ zegt in zijn openingsbrief na te denken over passages in de oude profeten: over welke bekering spreken zij? En moet hij nu bij het joodse geloof blijven, of juist christen worden? De ‘hervormde leeraar’ antwoordt hem. Beider argumentatietrant lijkt eerder tot doel te hebben op scherpzinnige wijze allerlei duistere bijbelpassages van commentaar te voorzien, dan de basisvraag op te lossen.
In de correspondentie wordt verwezen naar hun vroegere (twee) samenspraken: de Eerste en Tweede Samenspraak tusschen eenen Leeraar der Hervormden, ende eenen Geleerden Jood (1741).

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 547 G 37:1
¶ Full text diverse brieven

André Hanou