Vaderlandsche Bibliotheek van Wetenschap, Kunst en Smaak (1789-1796)

Titelbeschrijving
Vaderlandsche Bibliotheek van Wetenschap, Kunst en Smaak (1789-1796)
Nieuwe Vaderlandsche Bibliotheek van Wetenschap, Kunst en Smaak (1797-1804)
Hedendaagsche Vaderlandsche Bibliotheek van Wetenschap, Kunst en Smaak (1805-1811).

Periodiciteit
Maandblad, al worden er blijkens de advertenties jaarlijks meer dan 12 nrs. uitgebracht.
De Hedendaagsche ging in 1811 ten onder ten gevolge van de Franse verbodspolitiek. Het blad fuseerde daarop met de Vaderlandsche Letteroefeningen, die bij Keizerlijk Besluit van 26 september 1811 mocht blijven bestaan, zij het onder de titel Tijdschrift van Kunsten en Wetenschappen van het Departement der Zuiderzee.

Bibliografische beschrijving
In octavo
Jaarlijks wordt het eerste deel (besprekingen e.d.) voorzien van registers van besproken boeken, verklaarde bijbelplaatsen en voornaamste zaken. Het tweede deel (mengelwerk) bevat een onderwerpsregister.

Boekhistorische gegevens
Jarenlang gebruikte de Amsterdamse uitgever een identiek impressum: ‘Te Amsteldam, bij Martinus de Bruijn, In de Warmoesstraat, het zesde Huis van de Vischsteeg, Noordzijde’. De Bruijn was ook uitgever van onder meer Kantelaars Godsdienstvriend (1788-1795). Hij was ook uitgever van de (Nieuwe) Nederlandsche Bibliotheek, waarvan hij in 1788 eigenmachtig de vaste medewerkersstaf had vervangen. Mede om die reden wijzigde hij het jaar daarop, onder druk van de belangrijkste contribuant Petrus Hofstede, ook de titel. Die luidde voortaan: Vaderlandsche Bibliotheek van Wetenschap, Kunst en Smaak.
Vanaf deel 2-1 (1806) van de Hedendaagsche Vaderlandsche Bibliotheek wordt Martinus de Bruijn terzijde gestaan door J.H. Duisdeiker, volgens het impressum ‘Boekverkooper, in de St. Jansstraat, het tweede Huis van de Warmoesstraat, Noordzijde, No. 23’. Duisdeiker was verantwoordelijk voor de distributie (de ‘uitgave’).
In 1811 maakte menig boekverkoper gebruik van de mogelijkheid om de belasting op boeken te ontlopen. Ook De Bruijn en Duisdeiker dienden een verzoek daartoe in:

Martinus de Bruyn a déjà publié cet ouvrage périodique [Bibliothèque nationale et moderne d’arts et de sciences / Hedendaagsche Bibliotheek voor Wetenschap, Kunst en Smaak] depuis l’an 1773 jusqu’à présent, ainsi l’espace de 38 ans. Depuis l’an1806 le dit ouvrage est continué et publié à l’aide de J.H. Duisdeiker, à cause de la grande vieillesse du dit M. de Bruyn, et les revenus de la dite Bibliothèque d’arts et de sciences est presque le seul soutien du dit J.H. Duisdeiker qui doit entretenir une femme et sept enfants.

Medewerkers
Algemeen wordt aangenomen dat de weinig rechtzinnige Jacob KANTELAAR (1759-1821) tussen 1787 en 1790 de redacteur was van de Vaderlandsche Bibliotheek. Hij was voormalig predikant te Almelo, patriot en na 1795 lid van de Eerste Nationale Vergadering. Hij zorgde ervoor dat het blad een verlichte signatuur kreeg, in tegenstelling tot de voorloper, de Nederlandsche Bibliotheek van Hofstede.
Kantelaar was voorstander van historisch-kritisch bijbelonderzoek – vandaar de vele artikelen over bijbelteksten – en verklaard tegenstander van de orthodoxe interpretatie van bijvoorbeeld het dogma erfzonde. Dankzij hem maakte het doorgaans informatieve karakter van boekrecensies plaats voor kritiek op de besproken boeken. Uit de Vrymoedige bedenkingen (1790) blijkt dat veel lezers moesten wennen aan de schoolmeesterachtige toon die volgens Kantelaars criticaster het gevolg was van de kritische besprekingen.
Kantelaar zag zich meer als hoofd/eindredacteur van de Vaderlandsche Bibliotheek dan als schrijverIn een ingezonden bericht in de Algemene Konst- en Letter-Bode van 7 mei 1790 schrijft hij het volgende over zijn betrokkenheid en over de contribuanten, dit naar aanleiding van het uitblijven van een aflevering van de Vaderlandsche Bibliotheek:

1. Dat dit Maandwerk tot dus verre geschreven is, door menschen van verschillende Geloofsbelydenissen, en van zeer verschillende denkwyzen omtrent de Staatsgesteldheid van ons Land, en onze jongste onenigheden, maar die allen daar in over een kwamen, dat zy de waarheid onvermoeid navorschten, en, verre van alle partyschap verwyderd, waarheid en regtschapenheid, wetenschap, kunst en smaak overal poogden aan te moedigen, waar zy dezelven meenden te ontdekken. 2. Dat verscheidene Stukken tot de beide delen van dit Maandwerk door my zyn bygedragen, en dat ik in ’t byzonder de Schryver ben der recensien van de Biddagsreden, en van de Apologie tegen de Schryvers der Vaderlandsche Bibliotheek, uitgegeven door P. Hofstede. 3. Dat ik niet weet, of dit Maandwerk verder vervolgd zal worden of niet; doch dat ik vast besloten heb aan het zelve geen’ letter meer te leveren. 4. Dat egter dit besluit volstrekt geen verband heeft met het geschil of de geschillen tusschen den Hr. Hofstede en my geventileerd; maar alleen veroorzaakt is door een onverwachte verandering myner huislyke betrekkingen, welke my, op gronden, die voor my genoegzaam zyn, heeft doen besluiten, om dit zoort van letterarbeid geheel te laten varen: en enindelyk 5. dat ik de voren reeds afgelegde verklaring, van nimmer wederom te zullen antwoorden op dat geen, dat de Hr. Hofstede, of zyne vrienden, tegen de gemelde twee Stukken mogten uitgeven, onveranderlyk na zal komen; dewyl ik my volkomen verzekerd kan houden van de overtuiging en goedkeuring van allen, op wier oordeel ik enigen prys stel, en aan alle anderen volkomen vryheid laten wil, om van my te denken en te spreken, en tegen my te schryven, alles wat zy zullen goedvinden; verzekerd zynde, dat dit alles nimmer in staat zal zyn, om myne rust te storen. (p. 144)

Het bericht verscheen kort na de dood van Kantelaars echtgenote. Dat was de reden waarom de Vaderlandsche Bibliotheek niet verschenen was. Hij zou zich niet meer wagen aan bijbelkritiek, noch enig woord schrijven voor de Vaderlandsche Bibliotheek.
Ysbrand van HAMELSVELD (1743-1812) wordt beschouwd als de opvolger van Kantelaar. Deze theoloog en gematigde patriot was afwisselend predikant, hoogleraar en volksvertegenwoordiger. Hij zou – een fel antikantiaan – de Vaderlandsche Bibliotheek en haar opvolgers enigszins tot een strengere richting hebben doen terugkeren.

Inhoud
Recensietijdschrift met enerzijds besprekingen en uittreksels van recent verschenen boeken, en anderzijds essays over uiteenlopende onderwerpen. Bij het inbinden tot een halfjaarlijks deel zijn de besprekingen en uittreksels opgenomen in deel 1 en het mengelwerk in deel 2. Hierdoor is het karakter van een maandblad niet meer zichtbaar.
Het tijdschrift was volgens Franke (2005) stevig verankerd in de gereformeerde kerk, maar anders dan bij zijn voorloper de Nederlandsche Bibliotheek was de Vaderlandsche Bibliotheek minder orthodox. De auteurs hadden duidelijk patriotse sympathieën. Mede door toedoen van Kantelaar kreeg Petrus Hofstede het in kritische recensies flink te verduren, waarop orthodoxe lezers woedend reageerden. Hofstede zelf schoot eveneens met scherp op wat ooit ‘zijn’ tijdschrift was, zo blijkt uit de weergave van Vuyk (2005).
Ook onder het hoofdredacteurschap van Van Hamelsveld kregen de Vaderlandsche Bibliotheek en haar opvolgers het flink te verduren. Onder anderen van Paulus van Hemert, die zich sterk aangevallen voelde door een kritische recensie van zijn Lijkreden op den Hoogeerwaardigen, Hooggeleerden Heer Abraham Arent van der Meersch (1792) door Van Hamelsveld. Het leidde tot een fel dispuut tussen beide heren, waarbij de invectieven om elkaars oren vlogen.

Publicaties naar aanleiding van de Vaderlandsche Bibliotheek en haar opvolgers:

  • Petrus Hofstede, Vervolg der vorige apologien enz., tegen de schryvers der Vaderlandsche Bibliotheek en derzelver uitgever, inzonderheid tegen den beoordeelaar der biddagsrede genaamd: ’s Lands pylaren vastgemaakt (Rotterdam 1789)
  • Kees Vermyne, Gestaafde waarschouwing teegens de schaadelyke en oproerige denk- en de haatelyke schryfwyze, openlyk heerschende in de nu weder te voorschyn gekoomen zoogenoemde Vaderlandsche Bibliotheek van Weetenschap, Kunst en Smaak; strekkende […] ter verdeediging van […] Petrus Hofstede (Amsterdam 1790)
  • Korte beantwoording, van de beoordeling en beantwoording van de Apologie, teegens de schryvers der Vaderlandsche bibliotheek […] uitmaakende het Aanhangsel op no. 3. van het tweede deel […] door Petrus Hofstede […]. Strekkende […] tot een betoog, dat […] Hofstede niets heeft […] geschreeven, dan het geen […] beweezen kon worden (Patriottenstein 1790)
  • Vrymoedige bedenkingen, over de recensien, der heeren schryveren van de Vaderlandsche Bibliotheek (z.p. z.j.) – De Voorreden eindigt met een NB: ‘Dit Stuk was byna afgedrukt, toen de heer Kantelaar, rustend Predikant van Almelo, zich als medeschryver van de Vad: Bibl. bekend maakte’.
  • Aanhangzel tot de Vaderlandsche Bibliotheek van Wetenschap, Kunst en Smaak. Tweede deel, n. 3. Behelzende eene beoordeling en beäntwoording van de Apologie tegen de schrijvers der Vaderlandsche Bibliotheek, uitgegeven door Petrus Hofstede, Doctor, Professor, en Predikant te Rotterdam (Amsterdam 1790)
  • Brief van Profr. Van Hamelsveld, aan de schryveren der Vaderlandschen Bibliotheek, enz. behelzende eenige bijzonderheden nopens Barend (thans Bernardus) Meulman, predikant te Katwijk aan Zee, schryver van De Tyd, in brieven (Amsterdam 1791)
  • Schuit-praetje, gehouden op 24 december 1792, over de recensie der lyköratie van prof. Van Hemert, op wijlen prof. A.A. van der Meersch in de Vaderlandsche Bibliotheek, IVde deel. no. 12 (z.p. 1792)
  • Aan den uitgever der Vaderlandsche Bibliotheek door Paulus van Hemert, Prof. bij de Remonstranten (Amsterdam 1792)
  • Troostlijke brief van eenen welmeenenden aan den uitgever der Vaderlandsche Bibliotheek (Amsterdam 1792)
  • Tweede troostlijke brief van eenen welmeenenden aan den uitgever der Vaderlandsche Bibliotheek (Amsterdam 1792)
  • De uitmuntenheid [sic], juistheid en onpartydigheid aan ’t licht gestelt, der heeren schryveren van het berucht tydschrift, zig noemende Vaderlandsche Bibliotheek (Amsterdam 1793)
  • Aan den burger V. van der Plaats te Harlingen, over zijn gratis uitgegeeven beledigend blaadjen, tegen No. 6 van het eerste deel der Nieuwe Vaderlandsche Bibliotheek ingericht (z.p. 1797)
  • Aagje Deken, Aan den schrijver der aanmerkingen, in de Nieuwe Vaderlandsche Bibliotheek IV. deel, no. 2. over mijn werkje, genaamd: Mijne offerande aan het vaderland (Leiden 1800)
  • Aan de schrijvers van de Hedendaagsche Vaderlandsche Bibliotheek van Wetenschap, Kunst en Smaak, wegens de rescensie van zeker werkje, getyteld Veldgesprek, enz. bij den uitgever dezes, à 5½ stuiver, ten voordele van Leyden, te bekomen (Den Haag [1808])
  • Paulus van Hemert, Aan den recensent van Van Hemert’s Lektuur in de Hedendaagsche Vaderlandsche Bibliotheek, N. IX. 1808 (Amsterdam 1808)
  • G. van Hasselt, De recensie uit No. VII van de Hedendaagsche Vaderlandsche Bibliotheek van Wetenschap, Kunst en Smaak voor het jaar 1809, van Roozendaal als de prachtigste bezitting van de Geldersche graven en hertogen en derzelver hofhouding aldaar enz. enz. Met echte bewijzen bekend gemaakt door Mr. G. van Hasselt. Herdrukt, En met zyne aanteekeningen beantwoord (Arnhem 1809).

Relatie tot andere periodieken
De Vaderlandsche Bibliotheek van Wetenschap, Kunst en Smaak (1789-1796) is de voortzetting van Nieuwe Nederlandsche Bibliotheek (1781-1788) en de Nederlandsche Bibliotheek (1774-1780).
Het Letterkundig Magazijn van Wetenschap, Kunst en Smaak kan beschouwd worden als de opvolger. De redactie van dit blad bestond blijkens het Voorberigt van deel 1 uit ‘eenige Vrienden van waarheid en deugd’. Saakes meldt in zijn Naamlijst van 1814 dat het de schrijvers zijn van de Hedendaagsche Vaderlandsche Bibliotheek van Wetenschap, Kunst en Smaak.

Exemplaren
Vaderlandsche Bibliotheek van Wetenschap, Kunst en Smaak (1789-1796)
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: KW 675 B 1 [-16]
¶ Full text deel 1-1 en deel 1-2 (1789), deel 2-1 en deel 2-2 (1790), deel 3-1 en deel 3-2 (1791), deel 4-1 en deel 4-2 (1792), deel 5-1 en deel 5-2 (1793), deel 6-1 en deel 6-2 (1794), deel 7-1 en deel 7-2 (1795), deel 8-1 en deel 8-2 (1796)

Nieuwe Vaderlandsche Bibliotheek van Wetenschap, Kunst en Smaak
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: KW 675 B 17 [-29]
¶ Full text deel 1-1 en deel 1-2 (1797), deel 2-1 en deel 2-2 (1798), deel 3-1 en deel 3-2 (1799), deel 4-1 en deel 4-2 (1800), deel 5-1 en deel 5-2 (1801), deel 6-1 en deel 6-2 (1802), deel 7-1 en deel 7-2 (1803), deel 8-1 en deel 8-2 (1804)

Hedendaagsche Vaderlandsche Bibliotheek van Wetenschap, Kunst en Smaak
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 675 B 30 [-43]
¶ Full text deel 1-1 en deel 1-2 (1805), deel 2-1 en deel 2-2 (1806), deel 3-1 en deel 3-2 (1807), deel 4-1 en deel 4-2 (1808), deel 5-1 en deel 5-2 (1809), deel 6-1 en deel 6-2 (1810), deel 6-1 (1811)

Literatuur
¶ Jan Verweij, Kant-tekening van een horrearius. De rol van het Magazyn voor de critische Wijsgeerte en de Geschiedenis van Dezelve in de Kantreceptie in Nederland (Nijmegen 2012), p. 44-45
¶ Viktoria E. Franke, Een gedeelde wereld? Duitse theologie en filosofie in het verlichte debat in Nederlandse recensietijdschriften, 1774-1837 (Amsterdam/Utrecht 2009), p. 25-29
¶ Joris van Eijnatten, Liberty and Concord in the United Provinces. Religious Toleration and the Public in the Eighteenth-Century Netherlands (Leiden/Boston 2003), p. 411-412
¶ Simon Vuyk, Jacob Kantelaar 1759-1821. Veelzijdig verlicht verliezer (Zwolle 2005), p. 23-35
¶ Joris van Eijnatten, ‘Paratexts, book reviews, and Dutch literary publicity. Translations from German into Dutch, 1760-1796’, in: Wolfenbütteler Notizen zur Buchgeschichte, 25 (2000), nr. 1, p. 95-127
Biographisch woordenboek van protestantsche godgeleerden in Nederland (1919-1931), deel 3, p. 485
¶ Jan Pieter de Bie, Het leven en de werken van Petrus Hofstede (Rotterdam 1899), p. 475-491
¶ A.C. Kruseman, De Fransche wetten op de Hollandsche drukpers 1806 tot 1814 (Amsterdam 1889), p. 90.

Rietje van Vliet