Vermakelyk Gezelschap der vernuftige Nederlanders (1741)

Titelbeschrijving
Het Vermakelyk Gezelschap der vernuftige Nederlanders. Redenerende, over de aanmerkelykste zaaken en gevallen rakende ons Vaderland en andere Landen; De Kerkelyke en waereldlyke geschiedenissen; De Godgeleerdheid, Zedekunde, Wysbegeerten, Natuurkunde, Starrekunde, Staatkunde, Rechtgeleerdheid, Geneeskunden, Koophandel, Scheepvaart, Krygskunst, Huishoudingskunst, Tydrekeningen, Fabelen en Zinnebeelden, Doormengt met veele vermakelyke Gevallen, Oordeelkundige verhandelingen over de werken die dagelyks uitkomen, Ernstige, Satyrische en boertige Aanmerkingen, en schrandere Spreuken. Door C.V.L. Onder de Zinspreuk, E Pluribus Unum. Eerste [enz.] Deel, Eerste [enz.] Stuk. Voor de Maand July, 1741 [enz.].

Periodiciteit
Er zijn 6 maandelijkse afleveringen bekend, verschenen van juli t/m december 1741. Het ‘Register’ voor de 6 afleveringen eindigt met ‘Einde des geheele Werk’. Dit aantal wordt ook genoemd in diverse fondslijstjes van Van Esveldt, waaronder die achterin deel 1 van Henry Fieldings Historie of gevallen van Joseph Andriessen (1744).

Bibliografische beschrijving
De afleveringen tellen 128 doorgenummerde pagina’s in octavo. In het titelblok van de afleveringen staat alleen de verkorte titel; de verschijningsmaand staat vermeld in de kopregel. Een aflevering bestaat uit vier samenspraken (in totaal: 23), gehouden ten huize van een van de gespreksdeelnemers. Voor de 6 afleveringen is een ‘Register van de voornaamste Zaken’ gemaakt.

Boekhistorische gegevens
Het impressum luidt: ‘Te Amsterdam, Arendt van Huyssteen, en Steeve van Esveldt’. Prijs per aflevering: 8 stuivers (Oprechte Haerlemsche Courant 1 augustus 1741).
De bedoeling was dat er een titelplaat vervaardigd zou worden ‘indien het eerste Deel naar verwagting verkogt word’, aldus de schrijver in zijn ‘Voor Afspraak aan alle vernuftige Nederlanders’, maar het lijkt daarvan niet te zijn gekomen.

Medewerkers
Achter de initialen C.V.L. gaat de broodschrijver Jan Willem CLAUS VAN LAAR (ca. 1697-1769) schuil.

Inhoud
Claus van Laar heeft gekozen voor samenspraken als literaire vorm. Een beproefd concept, schrijft hij in zijn ‘Voor Afspraak’, aangezien hij deze vorm ook al, en met succes, had toegepast in zijn Gestraften bedrieger, of Den smous in het rasphuys (1737). Verder waarschuwt hij zijn lezers dat hij niemand persoonlijk op het oog heeft, maar wel ‘misdaden en dwaasheden’. De schrijver, die zich hier net als in de Secretary van Apollo en Minerva (1739-1741) ‘Informator’ noemt, tekent op wat er in het gezelschap van zijn vrienden wordt besproken.
Daarmee functioneert de Informator als een Spectator. Een lijst met sprekers maakt duidelijk wat hun achtergrond is. Dit spectatoriale gezelschap komt viermaal per maand bijeen.
De onderwerpen die ter sprake komen zijn, ook blijkens de titel, zeer divers. Voor de oppervlakkige lezer is het soms moeilijk de rode draad erin te ontdekken. Dit is eigen aan het gekeuvel, waarin de sprekers al associërend overstappen van een reistochtje naar de geschiedenis van de Diemermeer, het duelleren, om ten slotte te eindigen met de werking en bereiding van moutwijn. Terloops wordt er verwezen naar de ‘Engelsche Spectator’, de Patriot, Of Duitsche Zedemeester (1732) en de Hollandsche Spectator (1731-1735).
In de vierde en achtste samenspraak concentreren de sprekers zich echter alleen op de Chinese bevolking van Batavia en de Chinezenmoord in 1740: ‘Ik vrees dat dien opstand der Chinesen op Batavia, niet voordeelig voor onze Oost-Indische Compagnie zal zyn’ (p. 107).

Relatie tot andere periodieken
Claus van Laar beschouwde het Vermakelyk Gezelschap als de opvolger van de Secretary van Apollo en Minerva (1739-1741), getuige zijn eerste woorden in het Vermakelyk Gezelschap. Aanvankelijk was hij van plan ‘eenig geleerd werk’ te schrijven, maar dit werd door zijn uitgevers afgeraden. In de Leydse Courant van 19 februari 1777 bieden Weduwe Van Esveldt en Holtrop de resterende voorraad aan van drie bij elkaar horende werken van Claus van Laar: de Algemeene Schatkamer (1738), de Secretary van Apollo (1739-1741) en het Vermakelyk Gezelschap der vernuftige Nederlanders.

Exemplaren
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: 1114 F 8-9 (nrs. 1-6)
¶ Full text nrs. 1-3 en nrs. 4-6

Literatuur
¶ Ton Jongenelen, ‘Jan Willem Claus van Laar (1697-1769). een onverbeterlijk sjoemelaar’, in: Anna de Haas e.a. (red.), Achter slot en grendel. Schrijvers in Nederlandse gevangenschap 1700-1800 (Zutphen 2002), p. 93-101
¶ Ton Jongenelen, ‘De volmaakte Hollandse broodschrijver Jan Willem Claus van Laar’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 24 (2001), p. 104-113.

Rietje van Vliet