Verstandige Bedilsters (1732)

Titelbeschrijving
De Verstandige Bedilsters.

Periodiciteit
Over het bestaan van dit woensdags weekblad wordt men geïnformeerd door De Hollandsche Spectator nr. 81 van Justus van Effen, gedateerd 4 augustus 1732, en door advertenties in de Amsterdamse Courant van 23 augustus 1732 en de Leydse Courant van 6 oktober 1732. Deze publicatiedata impliceren dat er van de Verstandige Bedilsters minstens 10 afleveringen verschenen zijn.

Boekhistorische gegevens
Genoemde advertenties zijn geplaatst door Willem van Egmont, ‘Boekdrukker voor aen in de Stilsteeg’ in Amsterdam. Prijs: 1 stuiver per aflevering.

Medewerkers
Dit werkje, aldus Van Effen, is ‘van Vrouwen opgesteld’ (p. 162).
Er wordt wel gesuggereerd dat het blad een vroege, onbekende vertaling is van Die vernünftigen Tadlerinnen (1725-1727)een tijdschrift waarvan Johann Christoph Gottsched de belangrijkste redacteur was. Het is echter zeer de vraag of Van Effen kritiek zou uitoefenen op een alom gewaardeerd schrijver als Gottsched en ook of een volkse boekverkoper als Willem van Egmont een vertaling van de Tadlerinnen in zijn fonds had kunnen opnemen.

Inhoud
In de bewuste aflevering van de Hollandsche Spectator spreekt een gezelschap afkeurend over de Verstandige Bedilsters. Een van de ‘grootste spotvogels van gansch Amsterdam, een rechte plaag van schraale schryvers’ mengt zich in het gesprek. Ook hij moest niets hebben van dit blad:

De Verstandige Bedilsters hervatte onze spotboef, wel dat is meê niet rot, al is het wat beurs. Ik heb ’er twee heele zydjes van gelezen, en indien ik ’er styl, zout, nieuwigheid, oordeel, en kennis van de waereld in gevonden had, het zou my by uitstek wel aangestaan hebben. Maar dit moetje lezen, Heeren; Dit mag eerst werkje heten; Ha dit is een recht gebrade peertje, een neusje van de zalm. Noit is ’er iets diergelyks in eenige taal ter waereld voor den dag gekomen, en ’t kan zonder de uiterste verbaastheid niet gelezen worden. (p. 162)

Exemplaren
Geen exemplaar bekend.

Literatuur
¶ Dorothée Sturkenboom, ‘Thermometers voor mannelijkheid en vrouwelijkheid. De betekenis van sekse in de spectatoriale geschriften’, in: De Achttiende Eeuw 26 (1994), p. 41-70, nt. 1.

Rietje van Vliet