Verstandige Natuuronderzoeker (1751-1753)

Titelbeschrijving
De Verstandige Natuuronderzoeker. Op eene aangename wyze verscheide Natuur-Genees-en Zedekundige stoffen, in Beknopte vertogen en verhandelingen onderzoekende en ophelderende, veeltyds gepaart gaande met stigtelyke en leerzaame betragtingen over de wonderbare werken der natuur, ter verheerlyking van deszelfs grooten Schepper en wysen bestierder. Tot nut en dienst der landgenoten, op verscheide tyden uitgegeven door Joh. Wilh. Heyman, Geneesheer. Eerste [Tweede, Derde] deel.
De tweede druk heeft een ietwat gewijzigde titel.

Periodiciteit
Het weekblad is waarschijnlijk medio 1751 begonnen: namelijk 27 vertogen vóór vertoog 28, gedateerd 6 januari 1752. Deel 3 is nog in 1753 uitgekomen, blijkens een advertentie voor dat deel in de Leydsche Courant van 10 december 1753. De schrijver had toen het voornemen het werk nog voort te zetten (voorrede).
Aan het einde van deel 2 vindt men in een ‘Na-berigt’ de mededeling dat de schrijver eerst van plan was dit werk wekelijks te vervolgen. Gebrek aan tijd echter ‘beletten hem zulks verder op eenen bepaalden tydt weekelyks by enkele Bladen gelyk nu rond een jaar geschiedt is, te doen’. Hij zal nu wel doorgaan, maar in de vorm van ‘van tydt tot tydt een compleet deel’ (p. 423-424).

Bibliografische beschrijving
Uitgave in octavo. Het geraadpleegde exemplaar bevat allereerst ii (titelprent bij het geheel der drie delen) + XII (titelpagina en voorrede bij het geheel) + 674 doorgepagineerde bladzijden. Hierna volgen nog XIV pagina’s met de ‘Korte Inhoudt der Vertogen en Verhandelingen’ in het eerste, tweede en derde deel.
Het eigenlijke deel 1 bevat 16 hoofdstukken, achter elkaar gezet, hoewel het volgens de inhoudsopgave 27 vertogen zou moeten bevatten (tot en met p. 196). Deel 2 bevat, na de titelpagina van dat deel, de wekelijkse vertogen 28 tot en met 53, in de periode 6 januari t/m 29 juni 1752 (p. 217-424). Deel 3 bevat een titelpagina en de nrs. 54-67, ongedateerd, en achter elkaar gezet (p. 425-675).
In het geval van deel 3 is dat alles verklaarbaar. Aan het einde van deel 2 vindt men het bovengenoemde ‘Na-berigt’ over het voorgenomen einde van het periodiek en de voortzetting ervan in de vorm van een ‘compleet deel’. Dit verklaart waarom de lengte van de vertogen in dit deel 3 zeer verschillend is, terwijl die in deel 2 doorgaans de gebruikelijke acht pagina’s bevatten.
Een en ander suggereert dat de tekst van deel 1 oorspronkelijk ook uit losse vertogen moet hebben bestaan en dat we bij dit deel te maken hebben met een opnieuw gezette of zelfs herschreven editie. De achter elkaar geplaatste teksten hebben inderdaad paginawinst opgeleverd (het huidige hiaat p. 196-216). Wegens het jaartal 1754 in het impressum is het niet waarschijnlijk dat deel 1 bestaat uit deel 1 van de herzette latere uitgave.
De titelprent, ‘J.v.d.Spyk fecit.’ toont een landschap met allerlei natuurlijke verschijnselen: dieren, bomen, regenboog, bliksem, zon, zee, vulkaan. In het midden een man, zijn handen opgetogen (?) ten hemel verheffend.

Boekhistorische gegevens
Impressa: ‘Te Leyden, By Abraham Honkoop, 1754 [1754, 1754]’. In nr. 35 treft men een colofon aan:

Berigt van den drukker. Deze verstandige natuur-onderzoeker, wordt gedrukt en uitgegeven te Leyden, by Abraham Honkoop, en is verder te bekomen te Dordrecht, by Blussé. Haarlem, Bosch. S’Hage, de van Thols. Amsterdam, Tongerlo, en Onder de Linde. Gouda, Staal. Rotterdam, Maronier en Smithof. Hoorn, Duyn. Enkhuizen, Semeins. Zaandam, Ketel. Utrecht, Mulder. Middelburg, A.L. Callenfels en Mandelgreen. Maassluis, van der Burg. Leeuwaarden, Ferwerda. Harlingen, van der Plaats, en in andere Steden meer.

Rond 1777 wordt een nieuwe druk aangeboden door H.H. van Drecht (Den Haag) in zijn Voordeelig bericht ter afleevering, van een klein getal exemplaaren, welke aan de eerstkomende aangeboden worden voor de extra laage prys van f. 2 – 14 – 0, in plaats van f. 5, zo als de eerste druk by de uitgave gesteld is. Van […] De verstandige natuuronderzoeker, […] Door den wydberoemden J.W. Heyman […]. Tweede (in hoofdstukken veranderde en veel verbeeterde) druk.

Medewerkers
Van de schrijver Johan Willem HEYMAN (1709-1774) is vrijwel niets bekend. Hij was geneesheer te Leiden en schreef ook de Nederlandsche Patriot (1750-1751). Sepp (1865-1866) zegt dat hij een professoraat te Leiden had. Blijkens de titelpagina van de tweede druk was hij tevens de schrijver van de Deensche Brieven (1749) dat wil zeggen: hij droeg zorg voor de vertaling en tekstuitbreidingen.

Inhoud
De voorrede betoogt dat een goed begrip van het allervolmaakst opperwezen de beste kennis is. Onder alle wetenschappen is daarom de fysica of natuurkunde de beste: naast de Openbaring is het juist deze wetenschap die daartoe leidt, en die dus voortreffelijk is ‘wanneer die met Morééle Zedekunde teffens gepaart gaat’.
In de delen 1 en 3 worden de uiteenzettingen voorafgegaan door een korte samenvatting. Enkele onderwerpen: oorzaken van aardbevingen; schade door het roken van tabak; het wezen van vuur; te warme wintervertrekken; gehoor der vissen.
Deze fysicotheologische vertogen eindigen doorgaans met zedelijke beschouwingen over de grootheid en goedheid van de Schepper, zoals die kenbaar zijn in de natuur.

Exemplaren
¶ Utrecht, Universiteitsbibliotheek: R. oct. 1833:2-3
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: KVB CAHAIS 1780-1786:63 (prospectus Van Drecht).
Full text

Literatuur
¶ Chr. Sepp, Johannes Stinstra en zijn tijd. Eene bijdrage tot de geschiedenis der kerk en school inde 18de eeuw (Amsterdam 1865-1866), p. 154-155.

André Hanou