Verzaamelaar (1784-1785)

Titelbeschrijving
De Verzaamelaar.

Periodiciteit
Voor nr. 1 van dit maandags weekblad wordt geadverteerd in de Leydse Courant van 4 oktober 1784. Er zijn 30 afleveringen verschenen. Voor al deze ‘Vaderlandsche Vertoogen’ wordt geadverteerd in de Zuid-Hollandsche Courant (ed. Ten Noever) van 30 mei 1785.

Bibliografische beschrijving
Iedere aflevering telt 8 pagina’s in groot octavo (nr. 14 is een dubbelnummer). Het totaal bevat 248 doorgenummerde pagina’s, waarvan een enkele foutief genummerd is.

Boekhistorische gegevens
De colofon luidt: ‘Te Amsterdam by Johannes Weege, en alomme by de meeste Boekverkoopers, in ons Vaderland werd dezelve weeklyks voor één en een halve stuiver uitgegeven’. Voor de 30 nrs. tezamen moest men ƒ 2:6 neertellen, aldus de aangehaalde advertentie in de Zuid-Hollandsche Courant. Daar worden verder als verkoopadressen genoemd:

te Amsterdam by J. Weege, Leiden Onnekink, de Does, Heyligert en Bols, Rotterdam D. Vis, Krap en de Leeuw, Utrecht G.T. van Paddenburgh en van Rossum, Haarlem de Wed. van Brussel, Alkmaar Maagh, Weesp Houtman.

Medewerkers
De inhoud – met veel inside information over Leiden (nr. 14) – doet vermoeden dat de schrijver gezocht moet worden onder de patriotten aldaar.

Inhoud
Patriots tijdschrift. De quasi ingezonden brieven/bijdragen geven het blad, samen met de antwoorden van de wijze verzamelaar en de vele dichtstukjes, enigszins spectatoriaal karakter. Het is in het algemeen vlot geschreven, met veel afwisseling in literaire vormen, bij tijd en wijle erg geestig.
In de eerstgenoemde advertentie meldt de uitgever dat de Verzaamelaar ‘een in zyn soort geheel nieuw Weekblad’ is:

Deze Verzaamelaar maakt zig sterk, niet alleen alle wel denkende Vaderlanders te voldoen, maar dezelve op eene geestige wyze te vermaaken; het toegezondene zal altoos aangenaam ontfangen, en indien het eenigzints voldoet, in deze Verzaameling geplaatst worden.

Een vergelijkbare oproep staat ook nr. 1 (p. 1-3): ‘Niemand schroome ons zyne rondborstige gedagten mede te deelen, al zyn zy juist zo net in den haak niet’. In deze eerste aflevering wordt ook de titel verklaard: de auteur beschouwt zich als een verzamelaar van ‘vliegende dichtstukjes, aartige invallen, geestige gezegdens, of fraaije en gegronde bedenkingen’, die zonder hem anders maar in de vergetelheid zouden raken.
De advertentie in de Zuid-Hollandsche Courant geeft een bondig overzicht van de inhoud van de verschenen afleveringen van de Verzaamelaar:

[…] onder de spreuk:
Een BURGER kan zich nooit in NEERLAND beter wreeken,
Wanneer hem word misdaan, dan VOOR DE VUYST te spreeken.
Onder verscheiden andere werden de volgende zaaken in dit Patriotisch Werk gevonden, – als de Vraag, of EEN MAN Burgemeester en Secretaris te gelyk kan zyn, beantwoord. – De nuttigheid der WAPENHANDEL aangetoond. – Gedrag der oproerige Boeren in verscheide Dorpen. – De zugt tot den Wapenhandel in de Bylemermeer. – Over het schielyk vertrek van den gedimitteerden Veldmaarschalk uit den Bosch. – Aanmerkingen over de Memorie en Publicatie van Z.D.H. – De ORANJE COULEUR in deszelfs waare gedaante geschetst. – Samenspraak tusschen een Burger en een Landman over den aart en het bestaan der HEERSCHZUCHT. – Over het afschuwelyk Monster de Eigenbaat. – Brief van Jochem de Dromer uit Muiden. Waarschuwing van J.O. de HAZE aan zekere NOTEBOOM te Wadinxveen. – Verscheide Brieven betrekkelyk P. HOFSTEDE, BERKHEY en TRAGO. – Lofreede ter eere van den dikken JANUS BLAAS KAKIUS, en meer andere, doormengt met verscheide VADERLANDSCHE DICHTSTUKJES.

Veel onderwerpen van de Verzaamelaar moeten in Leiden worden gezocht. Zo heeft de schrijver het in het bijzonder gemunt op de Leidse orangist Johannes Le Francq van Berkhey, de ‘raazende Jan Medicyndie wekelijks gekheden doet vloeien uit zijn pen (p. 18), ‘Jan den Muiter, Vuile Oproer-Fluiter’ (p. 22), de ‘Echt-Breeker’ (p. 24), Janus Blaaskakius (p. 35), ‘Heraut der Muitery’ (p. 210).
Ook de Leidse bakker Adrianus Trago moet het ontgelden, bijvoorbeeld in de vertelling ‘De beklaagenswaardige bakker’ (p. 31-32, 54, 86-87, 215). Nr. 6 bevat een toneelstuk, opgedragen aan de acteurs en actrices die op dat moment spelen in de Schouwburg te Leiden. Ook hierin speelt Berkhey als echtbreker een rol (hij leefde in werkelijkheid in concubinaat).
Het dichtstuk ‘Echo of scherpe weerklank op het vaers, getyteld: Leydens 11 october 1784. Of den optogt van misleide burgers in het midden van derzelver rustverstoorders en dwingelanden’ (nr. 9) is onder meer een reactie op het Tweede Iets voor Leyden (1784) en richt zich onder anderen op de ‘Moffen Na-Crantier’, ‘Na-Crant Schryvers’, en ‘Praatmoer schryvers’.
Nr. 10 richt zich in het geheel tegen Berkhey: tegen zijn Aan zyne medeburgeren (1783) waarin hij zich tegenstander verklaart van het vrijkorps, en zijn Voor Leydens burgery; voor de echte vrye Friesen en echte Batavieren (1784) dat hij had laten drukken bij Hendrik Arends, uitgever van de gehate orangistische Na-Courant. Het dichtstuk ‘Aan Leydens Schuttery’ in de Na-Courant jrg. 2, nr. 1, wordt stevig aangevallen (nr. 11, 12). Op diverse plaatsen wordt gesuggereerd dat Berkhey (mede)auteur is van de Na-Courant. Nr. 20 bevat een dichtstuk van het ‘Leydsche genootschap van wapenhandel aan dezelfs Vaderland en Vryheid lievende Cordaate Regenten’.

Maar de Verzaamelaar richt zijn pijlen eveneens op niet-Leidenaars. De Amsterdamse regenten Andries en Cornelis Bikker (nr. 4) zijn voorwerp van spot en ook de Amsterdamse, reeds genoemde drukker Hendrik Arends verschijnt regelmatig ten tonele (nr. 7, 8). De Rotterdamse predikant Petrus Hofstede krijgt het advies ‘heel schielyk het Euangelie onder de Heidenen [te] gaan prediken’ (p. 53).
Den Haag speelt een rol in nr. 25, Utrecht in nr. 27, Sneek in nr. 28. Een ‘Brief van een Geldersch Heer aan zyne Landgenooten’ (nr. 12) verraadt enige bezorgdheid over ‘eenen magtigen Nabuur [die] aan onze Republiek den Oorlog [heeft] verklaard. Ook andere berichten uit de provincie worden de Verzaamelaar toegezonden, zoals een dichtstuk ‘Aan Arnhems burgery’ (nr. 13) en een brief aan een inwoner van Overijssel (nr. 13), beide over de dreiging vanuit de Duitse staten.

Relatie tot andere periodieken
Talloze orangistische en patriotse bladen passeren de revue, zoals de Post naar den Neder-Rhyn (1781-1787), Hardlooper van Staat (1784), Politieke Kruyer (1782-1787), de Batavier (1784-1787), de Nederlandsche Spectator (1786), de Na-Courant (1782-1783), de Politieke Praatmoer (1784-1785), ‘Leidse Ietsen’, Vaderlandsche Byzonderheden (1787).

Exemplaren
¶ Groningen, Universiteitsbibliotheek: VH ‘BE 4 32:3 (nrs. 1-29)
Full text nr. 1-29

Literatuur
¶ Rietje van Vliet, ‘Leidse Ietsen. Orangistische en patriotse propagandastrijd in Leiden (1784-1786)’, in: Tijdschrift Holland 38 (2006), 4, p. 289-304

Rietje van Vliet