Verzameling van Genees-, Heel- en Artzeny-Kundige Aanmerkingen en Waarneemingen (1755-1756)

Titelbeschrijving
Verzameling van Genees-, Heel- en Artzeny-Kundige Aanmerkingen en Waarneemingen over Opmerkelyke en Zeldzame Zaaken en Gevallen Betreffende deeze Weetenschappen; in ’t Fransch te Parys uitgegeeven, door den heer S. *** Medicinae Doctor op de Universiteit aldaar. Nu in ’t Neederduitsch vertaalt en vermeerdert. Eerste [enz.] deel.

Periodiciteit
Blijkens de titelpagina’s van de twee delen, waarin de acht verschenen afleveringen zijn samengevoegd, is het blad in de jaren 1755-1756 uitgebracht. Het was de bedoeling om eens per vijf à zes weken te verschijnen.

Bibliografische beschrijving
In octavo. De titelpagina is versierd met het monogram van de uitgever; de titelpagina van deel 1 is in rood en zwart. De titelplaat (J.C. Philips inv. et fecit 1755) verbeeldt waarschijnlijk de verpersoonlijking van de geneeskunde, die door Esculapius wordt voorgelicht over de geheimen der wetenschap uit de Oudheid. De titelpagina’s van de losse afleveringen zelf zijn bij het inbinden weggesneden (aldus het bericht aan de boekbinder).
In deel 1 (572 doorgenummerde pagina’s) zijn 4 afleveringen opgenomen, die vooraf worden gegaan door drie Voorreden: de vertaalde Voorrede van het complete origineel en de bladwijzer van de 77 afleveringen hiervan; de vertaalde Voorrede die ooit bij nr. 1 van het origineel is uitgegeven; en de ‘Voorreeden van den uitgeever van dit Werk in het Neederduitsch’.
Deel 2 (647 pagina’s) bevat eveneens 4 afleveringen. Er is geen alfabetisch register.

Boekhistorische gegevens
Volgens de titelpagina is het blad uitgegeven ‘Te Delft By Reinier Boitet’. Op 10 december 1756 adverteerde Boitet in de Leydse Courant dat de twee delen voor ƒ 4 gulden te koop waren.

Medewerkers
Algemeen wordt aangenomen dat de Verzameling een vertaling is van een tijdschrift van Jean-François SIMON († 1770), heelmeester te Parijs. Dit Franse origineel is echter nog niet getraceerd.
De Franse tekst zou in de Nederlandse vertaling worden aangevuld, aldus het bericht in de derde Voorrede, met ‘Artikels, in de Parijsche uitgave niet te vinden’. Nederlandse genees- en heelkundigen werden uitgenodigd om casuïstische ‘waarneemingen’ ter publicatie toe te sturen. Zo nodig zouden die observaties wel worden geredigeerd.
In deel 1 komt echter, voor zover dat is te zien, geen origineel Nederlandse bijdrage voor; in deel 2 slechts een ondertekende waarneming van een geneesheer uit ’s-Hertogenbosch.

Inhoud
De opzet was om de teksten onder te verdelen in vier rubrieken: Geneeskunde, Heelkunde, Artzenykunde en Letternieuws. In de praktijk blijken de eerste drie rubrieken te zijn samengesmolten tot één geheel. Het Letternieuws bevat voornamelijk een lijst met nieuw uitgekomen, voornamelijk Franse boeken.
In de eerste Voorrede wordt stelling genomen tegen een vorm van geneeskunde die niet op waarnemingen is gebaseerd doch op ijdele redeneringen en ongegronde gissingen. Alleen door observaties – op het gebied van anatomie, fysiologie, hygiëne, farmacie en chirurgie – kan de wetenschap zich verder ontwikkelen. Dit tijdschrift moet dan ook uitgroeien tot een ‘voorraadhuis, waarin ieder ’t zijne kan opleggen, zonder zich te verarmen, en waaruit hij weeder voorraad kan halen, zonder daardoor anderen armer te maken’.
De tweede Voorrede refereert aan de observaties die in ‘journalen’ en ‘mercuriussen’ zijn gepubliceerd. Het probleem daarmee is dat ze vaak gelardeerd zijn met geleerderig jargon en vooral dat ze verloren gingen in de veelheid van andere artikelen. Vooral dit laatste rechtvaardigt de uitgave van waarnemingen, met behandeladviezen, in een apart geneeskundig tijdschrift.
Delprat (p. 28) acht de inhoud van het blad van weinig belang.

Exemplaren
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: OTM O 62-6908, 6909
¶ Full text deel 1 en deel 2

Literatuur
¶ C.C. Delprat, Geschiedenis van de Nederlandsche geneeskundige tijdschriften van 1680 tot 1857 (Amsterdam 1927), p. 24-28.

Rietje van Vliet