Vreedecourier (1732-1733)

Titelbeschrijving
De Vreedecourier.

Periodiciteit
Het blad verscheen tweemaal per week, op dinsdag en zaterdag, van 23 september 1732 t/m 2 juni 1733 (73 nrs.).
Op 9 maart 1733 adverteerde de uitgever in de ’s Gravenhaegsche Courant dat de Vreedecourier nog altijd tweemaal per week uitkomt, ook al was het gerucht verspreid dat het blad was opgehouden te bestaan.

Bibliografische beschrijving
Iedere aflevering telt 4 pagina’s in kwartoformaat.
Het titelblok (met datum, volgnummer en titel) heeft in het vignet een courier of postrijder die op zijn hoorn blaast.

Boekhistorische gegevens
De nrs. 1-10 zijn, aldus Mulder Bosgoed (1874), uitgegeven te Amsterdam bij Hermanus Uytwerf en Johannes de Ruyter, bij de Beurs. Verkoopadressen zijn te vinden in Haarlem, Dordrecht, Leiden, Utrecht, Middelburg, Vlissingen en Den Haag bij H. Scheurleer Nic. Zoon, in de Vlamingstraat. De advertentie in de ‘s Gravenhaegsche Courant van 19 september 1732 meldt echter dat de ‘Nederduytsche Vrede-Courier’ te bekomen is ‘t’Amsterdam by H. Uytwerf, en in den Hage by H. Scheurleer Nic. Zoon, in de Vlamingstraat’. De nrs. 11-73 hebben alleen de laatste boekverkoper in de colofon.
In de Courrier de la Paix, tussen 5-15 mei 1732, is een ‘Voorlooper van de Vreede Courier’ opgenomen.

Medewerkers
Mulder Bosgoed (1874) en Van Doorninck (1885) wijzen beiden de broodschrijver Jacob Campo Weyerman aan als auteur van de Vreedecourier, hetgeen door Van Oostrum (1999) terecht wordt ontkracht.
Justus van Effen zegt in zijn Hollandsche Spectator van 16 juni 1732 (nr. 67) dat het blad een vertaling is uit het Frans, waarmee hij doelt op de Courrier de la Paix, die van 1 januari 1731 t/m 29 december 1732 tweemaal per week eveneens bij H. Scheurleer Nic. Zoon het licht zag. Dit blad is geschreven door de in Den Haag woonachtige jurist Jacob DE COEUR (1688-1766). Hij was weinig succesvol in zijn carrière: als notaris had hij weinig klandizie en ook als koopman boekte hij niet veel successen. Hij was ook als vertaler actief – heeft hij misschien zelf zijn Courrier vertaald? – en als medewerker betrokken bij de Quintessence des Nouvelles Historiques, Critiques, Politiques, Morales et Galantes (1689-1730).

Inhoud
De Courrier de la Paix wordt door Carayol als volgt beschreven:

L’auteur cherche manifestement plus à divertir qu’à instruire, malgré des réflexions (toujours générales) sur de grandes questions d’Etat. Son Courrier tient de la «petite gazette» par les anecdotes, commentaires, vers (logogriphes, épitaphes plaisantes, madrigaux) et variétés amusantes (énigmes et questions). Rubriques: nouvelles, remarques curieuses, maximes militaires, petite gazette, avertissements.

In hoeverre de Vreedecourier een letterlijke vertaling is, is niet duidelijk. Wegens de Haagse oorsprong van de Courrier de la Paix kunnen daar even zo goed Nederlandse berichten in staan als in de Vreedecourier. Nader onderzoek moet uitwijzen of en hoe bijvoorbeeld de berichten over de Baron van Syberg, die berucht was wegens zijn alchemistische oplichterspraktijken in en om Den Haag (nrs. 4, 26 en 27), of over het vertonen van een reus in de Haagse Schouwburg (nr. 13), ook in de Courrier zijn weergegeven.
Van Effen suggereert dat de twee bladen aanmerkelijk van elkaar verschillen. In zijn Hollandsche Spectator van 16 juni 1732 (nr. 67) uit hij kritiek op de Vreedecourier. De Franstalige versie had hij dikwijls met plezier gelezen, met name wegens de ‘originele invallen van zyne eige vinding’. Maar over de Nederlandse versie had hij weinig goede woorden over:

Dog ik verzoek hem het neerduitsch [noot JvE: No. 39. rakende de verkoping van de Ostindische Compagnie-goederen] staaltje dat hy ons gegeven heeft eens met een koele aandagt op nieuws te onderzoeken, om te zien hoe het hem zelf aanstaan zal. Zo hy na dit onderzoek zig kan verbeelden, dat die styl de fatzoenlyke Nederlanders als waarlyk aardig zal voorkomen, zo wil ik hopen dat hy daar in mis zal tasten, en hy weet, zo wel als ik, dat pluggen door de bank geen dubbeltje ’s weeks te veel hebben, om het aan koddigheden, waar aan ze een natuurlyk eigendom hebben, te besteden.

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: pflt 16836 (nr. 13)
¶ Den Haag, Museum Meermanno: 116 D 153-154 (nrs. 51 en 72)
¶ Full text nr. 13 via TEMPO (inloggen via KB)

Literatuur
¶ Elisabeth Carayol, ‘Jacob de Coeur’ (lemma 184), in: Jean Sgard (red.), Dictionnaire des journalistes 1600-1789, online editie (geraadpleegd 20 juli 2018)
¶ Philip Stewart/Kees van Strien, ‘Courrier de la Paix’ (lemma 0276), in: Jean Sgard (red.), Dictionnaire des journaux 1600-1789, online editie (geraadpleegd 20 juli 2018)
¶ Justus van Effen, De Hollandsche Spectator(1999). Aflevering 61-105: 26 mei 1732 – 27 oktober 1732, editie Pim van Oostrum (Leiden 1999), p. 13-15
¶ Gerrit van Rijn, ‘Een Vreedecourier no. 1-73’, in: De Librye. Curiosa, Rariora 1889, p. 58-59
¶ J.I. van Doorninck, Vermomde en naamlooze schrijvers opgespoord op het gebied der Nederlandsche en Vlaamsche letteren, deel 2 (Leiden 1885), p. 625
¶ Dirk Mulder Bosgoed, ‘Jacob Campo Weijerman als journalist’, in: Bibliographische Adversaria, deel 2 (Den Haag, 1874-1875), p. 106-109.

Rietje van Vliet