Vrouwelijke Spectator (1760-1761)

Titelbeschrijving
De Vrouwelyke Spectator, of de tegenwoordige Waereld-Beschouwster.

Periodiciteit
Het blad verscheen van 24 november 1760 t/m 22 juni 1761 (24 nrs.). Het prospectus (‘voorbericht’) van dit maandags weekblad wordt aangekondigd in de Leydse Courant van 26 november 1760. Na verloop van tijd wordt het een veertiendaags verschijnend periodiek, zo blijkt uit de Leydse Courant van 27 april 1761, waarin voor deel 1 (met 20 nrs.) wordt geadverteerd. Over de reden van het plotselinge stopzetten van het blad tast men in het duister.

Bibliografische beschrijving
De afleveringen tellen doorgaans 8 pagina’s in octavo. Op de titelpagina van het gebonden deel staat als motto het volgende gedichtje uit Rêveries poétiques sur des sujets differens (deel 3, Amsterdam 1755):

Venez Chalands! venez Confrères!
Je vends toujours, à juste prix
Aux Foux des vérités amères,
Et j’offre aux sages des Avis.

REVERIES POET:

Het titelblok van de afzonderlijke afleveringen vermeldt onder de short title, tussen sierranden, volgnummer en datum. Met inhoudsopgave.

Boekhistorische gegevens
Het blad is uitgegeven ‘Te Amsterdam, By F.H. Demter, Boekverkooper’. Volgens genoemde advertenties was het ook te koop

in ’s Hage P. van Os, Rotterdam Maronier, Leyden Honkoop, Utrecht Spruyt, Delft vander Smout, Gouda Staal, Dord Blussé, Haarlem Bosch, Alkmaar Maagh &c.

Prijs per aflevering: 1½ stuiver. Voor deel 1 – incl. titelpagina en ‘Lyst of Sleutel der Vertoogen’ – moest men blijkens de Leydse Courant 27 april 1761 ƒ 1:10 neertellen.

Medewerkers
De auteur/redacteur is onbekend. Sturkenboom (1994) vermoedt dat het een man is, gezien bijvoorbeeld de ironie waarmee gesproken wordt over de schrijflust van vrouwen. De initialen onder diverse ‘vertogen’ en de ingezonden brieven aan ‘Mejuffers’ kunnen duiden op een – fictief? – collectief auteurschap.
Misschien moeten we de auteur zoeken onder de broodschrijvers die met Frans Hendrik Demter in zee gingen, zoals Willem Ockers (1741-1782). De Vrouwelyke Spectator zou in dat geval hun beider eersteling zijn.

Inhoud
Spectator, met ingezonden (gefingeerde?) brieven.
Interessant is het vertoog ‘Over de uitvinding eener Vrouwelyke Thermometer, met geloofwaardige bewyzen, tot welke graad de vrouwelyke driften ryzen en daalen kunnen; alles naauwkeurig waargenoomen; dienstig voor die geene aan welke het behaagt’ (nr. 11).
Met dit instrument kon men ‘de verschillende graden van hitte en koude in een Juffrouws verlangen’ bepalen en tevens haar karakter beoordelen. Aanleiding van deze publicatie, overigens een sterk bewerkte vertaling uit The Connoisseur, was de vermeende klacht dat de Vrouwelyke Spectator zo weinig over vrouwen schreef.
Vooral de toegevoegde passages over experimenten met de thermometer in het huis van Vrouwe D.T. op de Herengracht, in een nabijgelegen ‘Maagden-klooster’ (bordeel) waarin ‘Zuurbier vaten’ (hoeren) woonachtig zijn, en in de woning van ‘eene bekende Wyn verslinders Weduwe’ doen denken aan Ockers als medewerker aan het blad.

Relatie tot andere periodieken
De Vrouwelyke Spectator bevat al dan niet bewerkte vertalingen uit buitenlandse spectators. Sturkenboom (1994) noemt in dit verband het Franse weekblad Le Perroquet (1741) en, vooral, het Engelse tijdschrift The Connoisseur (1754-1756) van Bonnell Thornton en George Colman met medewerking van William Cowper, Robert Lloyd, John Boyle en John Duncombe.

Exemplaren
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: OK 60-2710 (nrs. 1-24) en Port. ton. 10-19 (nr. 20)
¶ Full text nr. 20

Literatuur
¶ Dorothée Sturkenboom, ‘Thermometers voor mannelijkheid en vrouwelijkheid. De betekenis van sekse in de spectatoriale geschriften’, in: De Achttiende Eeuw 26 (1994), p. 41-70.

Rietje van Vliet