Vrydags Burger Gesprek (1786)

Titelbeschrijving
Het Vrydags Burger Gesprek.

Periodiciteit
Vrijdags weekblad, waarvan de nrs. 1-24 bekend zijn. De inhoud heeft betrekking op de politieke gebeurtenissen in Rotterdam in 1786; ingezonden stukken zijn gedateerd in de periode maart – augustus 1786. Het blad moet inderdaad in maart 1786 begonnen zijn, omdat het vrijwel vanaf het begin onmiddellijk begint te reageren op het verschijnen van het patriotse weekblad Saturdags Kroegpraatje. De eerste aflevering daarvan kwam uit 4 maart 1786.

Bibliografische beschrijving
In kwarto. Elke aflevering heeft 4 ongenummerde bladzijden. Nr. 13 (gepagineerd 1-8) is echter een ‘dubbelt Nommer, word voor den gewonen prys van vier Duiten uitgegeeven’. De tekst is verdeeld over twee kolommen, gescheiden door een verticale streep. Het titelblok bevat slechts titel en nummeraanduiding.

Boekhistorische gegevens
Colofon nr. 1:

Dit Blad word alle Vrydagen ’s morgens ten 8 uuren, voor vier Duiten uitgegeeven, te Amsterdam, by Arends; te Delft, by De Groot; ’s Hage, by d’Agé; te Delfshaven, by de Vries; te Rotterdam, by Hofhout, Hendrikse, Kraeft, Van Dyk, Bal, Cornel en H. Wyt; te Leyde, by Perk; en verder by de meeste Boekverkoopers, alwaar de Voortreflykheid van het Legioen van Maillebois werd uitgegeeven.

Later volgen enkele wijzigingen; in nr. 24 is H. vander Ven (Rotterdam) erbij gekomen.
Vaak wordt in de laatste regel van de colofons geadverteerd voor een orangistische uitgave.

Inhoud
Nadat de Staten van Holland prins Willem V het commando over het garnizoen van Den Haag hadden ontnomen vertrok de gekrenkte prins met zijn gezin uit Holland om zich op het Loo, later in Nijmegen te vestigen. Eerst maakte de stadhouder met zijn gezin zijn bekende rondreis door de gewesten. Het hevig orangistisch blad is dan ook voor de kleine burgerij en volk bedoeld. In de vorm van gesprekken tussen Goedhart en Vroomaart worden de politieke ontwikkelingen gevolgd en de stadhouder een hart onder de riem gestoken.
Het blad is volgens nr. 1 ‘voornamentlyk ingericht’ om het Rotterdamse patriotse ‘vuilaardig Prulschrift’, het weekblad Saturdags Kroegpraatje te weerspreken. Het blad beperkt zich niet tot de verdediging van Rotterdamse figuren als ds. Hofstede en Katharina Mulder, maar valt daarnaast landelijke patriotse uitgevers en boekverkopers aan (Fijnje, De Leeuw, Holtrop, Verlem en vele anderen).
Bij zijn bezoek aan Zeeland was hij onder meer te gast in Middelburg, waar hij, vergezeld van zijn twee zoons, de ‘Lange Jan’ beklom, de toren van de Middelburgse abdij, die als uitkijktoren dienstdeed en een vaste torenwachter had. Hij bezocht de abdijtoren met de beide jongens op 4 juli 1786 en het bezoek werd vereeuwigd in een gedicht, geschreven door de torenwachter Jan Wanda. Het staat in aflevering 2: ‘Gedachtenis wegens het bezigtigen van den Abtdy Tooren, te Middelburg, door Zyne Doorluchtige Hoogheid Willem de V en de twee jonge Prinsen van Oranje’.
Het blad is gespecialiseerd in het lichten van de doopceel van gehate patriotse figuren, waarbij de petite histoire ruim plaats krijgt. Men vindt hier vele nieuwe invectieven.

Relatie tot andere periodieken
Er wordt vooral geageerd tegen het patriotse weekblad Saturdags Kroegpraatje (1786-1787) van Jan Verveer.

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 3164 G 68 (nr. 1-24)
Full text

Literatuur
¶ Katie Heyning, ‘Hoog boven de stad’, in: Jeanine Dekker en Katie Heyning (red.), De Abdij van Middelburg (Utrecht 2006), p. 185
¶ Pieter van Wissing, Stokebrand Janus 1787. Opkomst en ondergang van een achttiende-eeuws satirisch politiek-literair weekblad (Nijmegen 2003), p. 350
¶ W.P. Sautijn Kluit, ‘De Delfsche couranten’, in: Handelingen en mededeelingen van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden (Leiden 1871-1872), p. 48-49.

André Hanou/Pieter van Wissing