Waeren Brabander (1790-1791)

Titelbeschrijving
De titels variëren sterk: er lijkt sprake van drie reeksen waarvan de onderlinge relatie niet geheel duidelijk is:

De auteur van de Waeren Brabander schreef nog andere brieven, die blijkens de titel niet lijken thuis te horen in een van bovenstaande reeksen:

Periodiciteit
De afleveringen met onregelmatige tussenpozen verschenen, in ieder geval van 19 april 1790 t/m 18 december 1791. Niet alle zijn voorzien van een datum.

Bibliografische gegevens
De afleveringen bevatten gemiddeld 28 pagina’s in octavo.
De eerste drie titels hebben een aparte titelpagina waarop behalve de titel en het volgnummer ook een citaat, een vignet (gekroonde Brabantse leeuw) en het jaartal 1790 staat. De afzonderlijke afleveringen hebben een eigen titelblok.
De nrs. 6, 9-12 van de Brieven van den Waeren Brabander hebben als motto ‘Parve nec invideo, sine me liber ibis in urbem’ (vert: Boekje, daar ga je dan – vrij, zonder mij, naar de stad. Ga maar, ik ben niet jaloers). Deze woorden schreef Ovidus op zijn reis naar zijn verbanningsoord (Tristia I:1). Ze beginnen alle met een citaat.

Boekhistorische gegevens
Het blad is zonder impressum verschenen. Volgens de catalogus van de Universiteitsbibliotheek Gent kwam nr. 1 bij de Gentse drukker Ph. Spillebaut van de pers. Dit moet een vergissing zijn, want nr. 12 opent met de opmerking:

dat Spaenhoven (en niet Spanoghe, gelyk hy nu synen naem schryft) ten allen kanten naer myn persoon zoekt in syne opgepalleerde en beestelyke graf-steden, welkers inhoud zyn stinkende wormen […].

Van de eerste titel zijn er twee uitgaven verschenen, die in detail enigszins van elkaar verschillen. Ook verscheen er een valse uitgave van de tweede titel, die blijkens de Brief van den Waeren Brabander (zie hieronder) geschreven moet zijn door ‘kaes-eter uyt Holland’. Het ‘echte’ uitgave verscheen pas 31 mei 1790.
De prijs van de Waeren Brabander bedroeg 3 schelling per aflevering.

Medewerkers
De auteur bevond zich blijkens de eerste zeven/acht brieven van de Waeren Brabander in Brussel; nadien ondertekent hij met Maastricht.
Het blad werd onder de schuilnaam van Aemilianus van Anderlecht uitgegeven, achter wie de kapucijner monnik Judocus (Josse) HUYGHE (Anderlecht 1743-Duisburg 1802) gezocht moet worden.
Jan Frans Vonck veronderstelt dat ook Ernestus de Keuremenne, pseudoniem voor J.J. Van den Elsken, een van de auteurs was, hetgeen echter door Muyldermans wordt weersproken. De aantijgingen van de Waeren Brabander hebben Vonck tot de uitspraak verleid dat ‘de Staeten ook eenige journalisten in solde [nemen], om volgens hunne intentie aen het volk leugens op te dringen’ (p. 53).
Het motto van de nrs. 11 en 12 duidt erop dat de auteur in november en december 1791 in ballingschap was; hij ondertekende met de plaatsnaam Maastricht.

Inhoud
Kort na de Brabantse Omwenteling (1789-1790) beschikte Brussel over een vrije en democratische pers. Hierdoor konden de revolutionaire aanhangers van Jan Frans Vonck vrijuit in diverse tijdschriften hun ideeën ventileren, net zoals de aanhangers van de veel behoudender Hendrik van der Noot (statisten).
In dit politieke klimaat verschenen diverse satirische tijdschriften, waarin de toonzetting al snel steeds feller werd. Eén van die bladen was de Waeren Brabander, waaruit overduidelijk de politieke overtuiging van de statisten spreekt: met Van der Noot streefden de auteurs naar herstel van de oude privileges van adel en kerk.
Onder het voorwendsel de godsdienst te verdedigen staat het blad vol met pikante details over Brusselse vonckisten (‘laster en aantijgingen’). Pieter-Francis-Dominique Vervisch, alias ex-pater Auxilius Van Moorslede, schaarde in zijn autobiografie de schrijver(s) van de Waeren Brabander onder de ‘Afgodische klad-schryvers ten voordeele van den Paep-Wynkel en Paep-Revolte’ (deel 3, p. 198). De vader van kanunnik Alexandre De Broux, die zich net als zo vele priesters aangetrokken voelde tot het vonckisme, loofde zelfs 100 gouden ducaten uit aan degene die de beschuldigingen in de Waeren Brabander tegen zijn zoon kon bewijzen. Aan de oproep werd reeds een week later gevolg gegeven in de vorm van een anonieme Brief van Gregorius van Mechelen.

Het blad riep de volgende reacties op:

  • Verklaer van F. De Clerck, pachter van’t hof ten Berg onder S. Lambrechts-Woluwe, raekende het boekxken voor opschrift draegende: Het groot licht door den waeren Brabander (5 mei 1790)
  • Brief van Gregorius van Mechelen aen den waeren Brabander, over synen eersten numerus van het Groot ligt (15 mei 1790).
  • Copye van eenen brief van boekhouder, neef van den Waeren Brabander Aen eenen zyn’er vrienden te Brussel (19 mei 1790)
  • F. Vonck, Naerdere onzeydige aenmerkingen of vervolg van staetkundige onderrigtingen voor het Brabansch volk (1792, 2e druk).

Relatie tot andere periodieken
Anders dan de titel doet vermoeden, is het blad geen vertaling van het anti-vonckistische tijdschrift Vrai Brabançon, dat van vrijdag 16 juli t/m vrijdag 26 november 1790 in 20 afleveringen verscheen.

Exemplaren
¶ Gent, Universiteitsbibliotheek: diverse exemplaren.

Literatuur
¶ Geert Vandenbossche, ‘Political propaganda in the Brabant Revolution: Habsburg ‘negligence’ versus Belgian nation-building’, in: History of European Ideas 28 (2002) 3, p. 119-144
¶ P. Hildebrand, De kapucijnen in de Nederlanden en het prinsbisdom Luik, deel 7 (Antwerpen 1952), p. 27; deel 10 (Antwerpen 1956), p. 198-200
¶ J. Muyldermans, ‘Joan. Jos. Vanden Elsken (deknaam Keuremenne) (1759-1803)’, in: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1928, p. 265-392, aldaar p. 348-353.

Rietje van Vliet