Weekblad voor Neêrlands Jongelingschap (1783-1786)

Titelbeschrijving
Weekblad voor Neêrlands Jongelingschap.

Periodiciteit
Het donderdags weekblad verscheen van 2 januari 1783 t/m 28 december 1786. De afleveringen zijn gebundeld in 4 jaardelen.
Het einde van het blad was het gevolg van, aldus Buijnsters (1989), de kerkelijke twisten in Amsterdam, waarin de schrijver betrokken was geraakt. 

Bibliografische beschrijving
De afleveringen tellen 8 pagina’s in groot octavo. Het titelblok bevat de titel, het volgnummer en de verschijningsdatum.

De delen beginnen met een katern met inhoudsopgave. Deel 1 heeft bovendien een ‘Naamlyst der leezers en leezeressen’ die opent met de vermelding van de kinderen van de stadhouder. De volgnummers en paginering beginnen per deel opnieuw.
In de Boekzaal der Geleerde Waerelt van november 1785, waar de delen 1 en 2 worden besproken (p. 541-572), wordt vermeld dat ‘ieder Deel met eene fraaije Koperen Tytelplaat verrykt is’ (p. 572). Of die titelplaten in werkelijkheid zijn verschenen, is niet bekend. In het prospectus dat Loosjes in 1788 voor het totaal uitbracht, is namelijk alleen sprake van ‘twee fraaye konst-plaaten’. Dit moeten de volgende twee illustraties zijn: in deel 1 bij nr. 31 (F. Wilt inv., A. Hulk sculpt.) en in deel 2 bij nr. 4 (F. Wilt inv., H. Vinkeles sculp.).

Boekhistorische gegevens
Impressum en colofons: ‘In ’s Hage, By C. Plaat’. Ook Christiaan Plaat behoorde tot de lutherse kerk. Hij gaf reeds in 1782 uit: Bericht van een Weekblad voor Neêrlands jongelingschap, waarvoor hij op 10 december 1782 adverteerde in de Oprechte Haerlemsche Courant. In het prospectus worden de volgende wederverkopers vermeld:

Te Amsterdam, by Conradi, van der Kroe, M. de Bruin, Holtrop, Sellschop en Huart, A. Mens Jansz., Wed. E. Smit, Schalekamp, Borchers, Spriet, J. de Jongh, Bom, Demter, Schuurman enz. Rotterdam, D. en A. Vis, Holstein, Arrenberg, v.d. Dries, Lindenberg, enz. Leyden, Luchtmans, Luzac en van Damme, Herdingh, Honkoop, F. de Does, Pluigers, enz. Delft, de Groot. Haarlem, Walree, Bohn en v.d. Aa. Dordrecht, Blussé, van Braam, de Haas en Wanner. Schiedam, Poolman. Maassluis v.d. Burg. Brielle, Verhell. Utrecht, A. en G.T. van Paddenburg, Wild, van den Brink, Wed. Schoonhoven, Otterloo, Spruit, Stubbe en van Driel. Middelburg Bohemer, Gillissen, W. en J. Abraham, van der Sande. Groningen, Huisingh. Leeuwarden, Treslingh en Cahais. Franequer, Romar. Campen, Chalmot. Nymegen, van Campen. Arnhem, Nyhof en Troost. Zwolle, Clement. ’s Bosch, Pallier: en alomme by de meeste Boekverkopers.

Prijs per aflevering: 1½ stuiver. Het katern met titelplaat, titelpagina, inhoudsopgave en naamlijst was gratis. 

Aan het einde van deel 2, nr. 53, staat een bericht van de uitgever: ‘Dit Weekblad zal, tot gemak der Haarlemsche leezers, voortaan te Haarlem alle Zaturdagen geregeld uitgegeeven worden, by den boekverkooper A. Loosjes’ (p. 426). Loosjes had blijkbaar in Haarlem het alleenrecht op het blad gekregen, maar zou pas twee dagen na de officiële verschijningsdag leveren.
Loosjes gaf in 1788 voor de 4 delen samen een apart prospectus uit. De advertentietekst in de Oprechte Haerlemsche Courantvan 2 december 1788 doet vermoeden dat hij inmiddels het kopijrecht had verworven. De prijs voor alle delen tezamen was gezakt van ƒ 14 naar ƒ 7. De voorraad was geslonken tot minder dan 150 exemplaren. ‘Hetzelve is ook by uitstek geschikt tot Geschenken of Pryzen van Naarstighheid voor Neerlands Jeugd’.

Medewerkers
De auteur wil zich in nr. 1 nog niet bekend maken, maar aan het slot van deel 4 wordt zijn identiteit duidelijk: Augustus STERK (1748-1815). Hij was in de jaren dat dit weekblad verscheen, evangelisch-luthers predikant te Amsterdam. Hij legde in zijn preken de nadruk op deugdzaamheid, praktisch christendom en tolerantie, maar ondervond daardoor scherpe kritiek vanuit de orthodoxie. Ook over zijn opvattingen aangaande de Drieëenheid werd een pennenstrijd gevoerd. Het conflict werd op de spits gedreven, wat uiteindelijk leidde tot een scheuring in de gemeente en de oprichting van het hersteld luthers kerkgenootschap.
Sterk deelde de moderne opvattingen van de verlichtingspedagogiek der filantropijnen. In 1777 vertaalde hij het Plan van philantropynsche opvoeding of volledig bericht van het eerste Philantropinum te Marschlins, van Karl Friedrich Bahrdts.
Sterk kreeg bij het schrijven van het blad medewerking van ene Hendrik VAN TANGE junior, die zijn gedichten ondertekende met T. Ook het toneelspel ‘Adelaart of de beloonde ouderliefde’ (deel 1, nr. 31) is blijkens de ondertekening door Van Tange geschreven.

Inhoud
De schrijver zet in nr. 1 zijn bedoelingen met het jeugdtijdschrift uiteen. Zijn lezers kunnen verwachten: ‘aangenaame Geschiedenissen, fraaye toneelstukjes, mooye gedichtjes, korte beschryvingen van merkwaardige dingen, die of de voortbrengselen der natuure, of de zeden en gewoonten van vreemde Volken betreffen, en soortgelyke zaaken’. Sterk wil hun nieuwsgierigheid opwekken, een ‘aangename tijdkorting’ bezorgen, en vooral bijdragen aan de ‘uitbreiding van hunne kundigheden, tot verbetering van hun hart, en dus ook tot bevordering van hun wezenlijk geluk te arbeiden’. 
Dit heeft een grote afwisseling als resultaat. Veel afleveringen hebben vier bijdragen, verschillend van inhoud en vorm. Dichtstukjes, toneelstukjes, samenspraken, puzzels, rekenkundige raadsels, fabels, ingezonden (fictieve?) brieven van kinderen (en antwoorden daarop), beschouwinkjes over mens en dier, geografie, geschiedenis en staatsinrichting. Ook staan er moraliserende vertellingen in.
In het blad worden kinderen als rolmodellen gepresenteerd. Volgens Buijnsters (1989) moesten zij de lezertjes ‘een burgerlijk-verlichte gedragscode van algemeen-christelijke signatuur’ inprenten.

Relatie tot andere periodieken
Sterk schreef het Weekblad naar het voorbeeld van het succesvolle Niedersächsisches Wochenblatt für Kinder (Hannover 1774-1777), van de Johann Lorenz Benzler. Een groot aantal bijdragen aan het Weekblad is uit dit Duitse blad vertaald.
Het Weekblad werd welwillend besproken in de Nieuwe Nederlandsche Bibliotheek, deel 3-1 (1783), p. 371-375, en de Boekzaal der Geleerde Waerelt, november 1785, p. 541-572.

Exemplaren
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: O 61-1221-1224
¶ Full text deel 1deel 2, deel 3 en deel 4

Literatuur
¶ P.J. Buijnsters, ‘Nederlandse kinderboeken uit de achttiende eeuw’, in: Harry Bekkering e.a. (red.), De hele Bibelebontse berg. De geschiedenis van het kinderboek in Nederland & Vlaanderen van de middeleeuwen tot heden (Amsterdam 1989), p. 203-208
¶ C.Ch.G. Visser, lemma ‘Augusts Sterk’, in: Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme, deel 4 (Kampen 1998), p. 408
¶ Gerrie Gastelaars, ‘Daar zyn noch veele dingen die ik niet weet’ Een beschrijving van het Weekblad voor Neêrlands jongelingschap (1783-1786) (doctoraalscriptie UvA, Historische Letterkunde 1988).

Rietje van Vliet