Weekelyks Orakel (1735-1736)

Titelbeschrijving
Het Weekelyks Orakel; of aanmerkingen en ophelderingen omtrent eene groote menigte van alderleye voorgeworpe zaken. Ten deele uit het Engelsch overgezet ten deele in ’t Nederduitsch voorgesteld en beantwoord: eerste halfjaar. Van 24 augustus 1735 tot 18 january 1736. No. 1-30.
Titel van het eerste halfjaardeel.

Periodiciteit
Dit woensdags weekblad verscheen vanaf 24 augustus 1735 tot en met 26 december 1736. Het eerste halfjaardeel bevat de nrs. 1-30; het tweede bevat de nrs. 31-60. De redactie kondigde zelf de beëindiging aan.
Het blad is opgezet als weekblad, maar het verschijnt niet geheel regelmatig. In deel 1, op 12 oktober 1735, meldt men dat er vanaf de volgende week telkens twee nummers tegelijkertijd zullen verschijnen om zo aan het eind van het jaar een compleet deeltje verkrijgbaar te hebben (p. 64). Zie hiervoor ook de Leydse courant van 21 oktober 1735. In deel 2 wordt gereageerd op een vraag: waarom het Orakel al enkele weken zwijgt (p. 441).

Bibliografische beschrijving
In octavo. De twee halfjaardelen beslaan samen 474 doorgenummerde bladzijden; de paginering loopt over de afzonderlijke nummers heen. Daarna volgt nog een ‘Bladwyzer der vraagen’.

Boekhistorische gegevens
Op de titelpagina van het eerste halfjaardeel staat:

Dit Orakel is compleet, of alle Woensdagen by Numeros te bekomen: te Haarlem by J. Bosch; te Dordrecht by J. Braam; te Delft by R. Boitet; te Amsterdam by M. Schagen; te Rotterdam by N. Smithof; te Gouda by A. Staal; te Middelburg by A. Meerkamp; en voorts in de meeste steden by de voornaamste Boekverkopers.

In de colofon van de eerste aflevering worden naast de genoemde verkooppunten ook genoemd: A. Kallewier te Leiden, I. van der Kloot te ’s-Gravenhage, J. van Beyeren te Alkmaar, J. Duin te Hoorn, J. Kuiper te Enkhuizen, J. van Poolsum te Utrecht, J. Ketel te Zaandam. In nr. 2 komen daar bij: P. Koumans te Leeuwarden en F. van der Plaats te Harlingen.
Nadien zijn er slechts kleine wijzigingen in dit verkoopnet. In het bestudeerde exemplaar is in de eerste afleveringen de naam van H. Callenbag te Enkhuizen met de pen doorgehaald. Deze curiositeit wijst mogelijk op een correctie door de uitgever zelf.
In de Leydse Courant van 24 augustus 1735 wordt de prijs per aflevering genoemd: 1½ stuiver.

Medewerkers
Of de productie van het blad ook in Nederland werkelijk het resultaat is geweest van een collectief, zoals men doet voorkomen, is nog maar de vraag. In eerste instantie lijkt het mogelijk snel te weten te komen welke teksten originele Nederlandse teksten zijn, en welke teksten uit het Engels zijn vertaald of bewerkt.
De redactie van Het Weekelyks Orakel is namelijk zo aardig geweest precies op te geven welke teksten afkomstig zijn van welke Nederlanders. Aan het einde vindt men een ‘Bladwyzer der vraagen’ (p. 475-479). Daarin zijn met een * getekend de stukken die niet in het Engelse origineel voorkomen. Deze asterisk-stukken blijken afkomstig van drie medewerkers. Zij tooien zich in de tekst met de initialen E.E., N.-H., en N.V. Hierbij moet misschien nog ‘G.D.F.’ gerekend worden, die op 11 april 1736, in een brief uit Londen, schrijft een stukje vertaalde Engelse poëzie in te zenden. Dat stukje wordt door N.-H. namens allen in dank aanvaard: G.D.F mag méér insturen.
Feitelijk zijn er genoeg argumenten te vinden om aan te nemen dat het blad het gevolg is van de inspanningen van de doopgezinde predikant (verschillende plaatsen in Noordholland, later Utrecht; ook boekhandelaar, te Amsterdam) Marten SCHAGEN (1700-1770). Hier, en in andere gevallen, lijkt hijzelf steeds te ageren als ‘N.-H.’ (Noordhollander?).
Enkele Nederlandse inzenders van vragen zijn bekend.

Inhoud
De beste informatie over doel en opzet van dit blad vindt men in een korte inleiding binnen de eerste aflevering:

Om geen lange Inleiding te maaken voor een Papier van Acht Bladzyden, gelieven onze Weetgierige Landslieden kortelyk te weeten, dat wy voorneemens zyn alle Woensdagen een diergelyk Blaadje als dit, gemeen te maaken. Het zal zyn eerste geboorte verschuldigt weezen aan het nyver Engelandt; alwaar een Gezelschap van Geleerden, voor een geruimen tydt; op VRAAGEN over allerlei stoffen, aan hen gedaan of noch te doen, ten dienst van Geletterde en Onbelezene te antwoorden. [sic]
Uit den voorraat die wy ’er reeds uit Engelandt van kreegen, en die men ons continueert van tydt tot tydt te zenden, zullen wy het beste zien te kippen, en daar het ons raadzaam dunkt, iets van het onze daar by te voegen. Ook bieden wy uit, in navolging van onze Engelsche Voorgangers, om naa ons vermogen antwoordt te geeven, op alle VRAAGEN, die in de Theologie, Antiquiteit, Historien, Geographie, en andere stoffen, aan onze Maatschappy, door ’t middel van onze Correspondenten, de hier achtergenoemde boekverkopers, franco, toegezonden worden. […] Men behoeft zich in zulken geval maar zonder naam of navraag aan ons te adresseeren en kunnen wy met malkander niet, het Engelsch Gezelschap zal voor ons antwoorden.

Het blad is opgebouwd uit vragen en antwoorden. De eerste:

Wat is uw gevoelen wegens ’t Ophouden der Heidensche Orakelen; Viel zulks voor ten tyde van Christus Geboorte? En moet men gelooven, dat ’er in de Antwoorden die zy gaaven eenige duivelsche of bovennatuurlyke Werking was?

De twee volgende vragen hebben een meer historische of wel sociaal-maatschappelijke strekking.
In het algemeen is de sfeer gematigd verlicht, nieuwsgierig, religieus. Natuurwetenschappelijke, sociale, deugdkundige onderwerpen krijgen ruime aandacht.

Relatie met andere periodieken
Het tijdschrift dat gediend heeft als ‘Vorlage’ is vermoedelijk The Weekly Oracle or, Universal Library, een weekblad van encyclopedische aard dat verscheen van januari 1735 t/m februari 1737; dus gelijktijdig met Het Weekelyks Orakel, zoals de inleiding van het Nederlandse blad al suggereert.
Het blad verwijst naar ‘W. Ranow’s Konst-kabinet’ en naar de Driemaandelykse Vermakelykheden – respectievelijk het Kabinet der Natuurlyke Historien (1719-1723) en de Godgeleerde Vermakelykheden (1732-1736) waaruit soms iets wordt overgenomen.

Exemplaren
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: 1192 F 28
¶ Full text deel 1 en 2

Literatuur
¶ André Hanou, ‘De geleerdentijdschriften van Marten Schagen, I’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 34 (2011), p. 108-117
¶ Piet Visser, ‘“Redelijke regtzinnigheid”. Prolegomena over de betekenis van Marten Schagen (1700-1770) voor de Nederlandse Verlichting’, in: L. Brussee-van der Zee, A. Verbeek e.a., Balanceren op de smalle weg. Opstellen aangeboden aan Kees van Duin, Alle Hoekma en Sjouke Voolstra bij hun afscheid van het Doopsgezind Seminarium (Zoetermeer 2002), p. 216-284
¶ Joannes Cuperus, Marten Schagen, doopsgezind Leeraar te Utrecht, en lid van de Maatschappy der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, plegtig gedagt, in eene Lykrede (Utrecht 1770), p. 17n.

André Hanou