Weereldt in haar Verscheidentheidt (1736)

Titelbeschrijving
De Weereldt In haar Verscheidentheidt; of het Mannelyk Morgen Ontbyt, En ’t Jufferlyk Thee Gerecht. Onder de Zin-Spreuk Tot Nut en Voordeel.

Periodiciteit
Van deze periodiek zijn niet meer dan vier afleveringen verschenen: de voorrede van de laatste aflevering meldt dat het werk nu ‘compleet’ is. Zij kwamen vermoedelijk om de drie maanden uit. In de ‘Voorreeden’ bij het eerste stuk meldt de schrijver namelijk dat hij een jaar geleden eerst ‘een Weekelyks bladt’ wilde beginnen. Hij had nog te weinig stof daarvoor;

maar ziende dat men zoo veil was met myne Landgenoote Weekelyksche Vertaalingen in de handt te stoppen, dagt ik op dien voet een ruim velt voor my geopent te zien, dewyl ik vry veele Taalen versta.

Daarop maakte hij een selectie uit het werk van allerlei schrijvers en gaf ‘dit deeltje’ als eersteling daarvan uit. ‘Behaagt het, men heeft dan van drie maanden tot drie maanden een dergelijk Deeltje te wagten’. Vermoedelijk bedoelt de schrijver hier met ‘Deeltje’: aflevering.

Bibliografische beschrijving
De delen bevatten elk twee afleveringen (‘stukken’), als zodanig op de eigen titelpagina’s aangegeven. Vanaf het tweede stuk in deel 1 is op de titelpagina de ondertitel met zinspreuk vervangen door: Zynde een uitgeleze mengeling van ernstige, en boertige verhandelingen. Tevens heeft dan het vignet plaatsgemaakt voor een gewone fleuron.
Het eerste stukje van deel 1 heeft IV + 242 bladzijden in octavo. Het voorwerk bevat titelpagina, ‘Voorreeden’ en ‘Bladwyzer der Verhandelde Zaken’. De titelpagina heeft een vignet, ‘J.V. Schleij fecit 1734’, met als legendum boven de afbeelding ‘Nog nyt, nog tyd’ (dit vignet komt meer voor in uitgaven van Loveringh). De illustratie zelf toont een studeervertrek met een gevleugelde Tijd die met zeis is bewapend en een in de boeken tastende figuur in klassiek gewaad (de Nijd?). Het tweede stukje van deel 1 heeft IV (titelpagina, Voor-reden, Bladwyzer) + 250 bladzijden.
Het eerste stukje van deel 2 heeft IV (titelpagina, Voor-reden, Bladwyzer) + 238 bladzijden, en het tweede stukje IV (titelpagina, Voor-reden, Bladwyzer) + 256 bladzijden (p. 255-266 heeft een catalogus van boeken die bij Loveringh zijn gedrukt.

Boekhistorische gegevens
Op de titelpagina’s staat vermeld: ‘t’Amsterdam, By Jacobus Loveringh, Boekverkoper in de Kalverstraat, 1736’.

Medewerkers
De onbekende auteur doet herhaaldelijk een verzoek toch maar iets in te sturen. Daaraan hebben in ieder geval gehoor gegeven: Silius Critiques, D.B. en A.V.P. De laatstgenoemde zond een verhaal over de loterijziekte in Amsterdam.

Inhoud
Het blad bestaat uit vrij informatieve, vaak ietwat humoristische verhalen of verhandelingen, elk met een eigen kopje.
Enkele voorbeelden: in de eerste aflevering van deel 1 vindt men ‘Vergelyking van den Mensch met de Papegaai’ (p. 1-25), ‘Het Karakter der Leidsche Studenten’ (p. 67-76), ‘Amsterdam in een gedeelte zyner inwoonders beschout’ (p. 77-85), ‘De Panlikker of Tafelbeesen’ (p. 180-204). In de tweede aflevering: ‘Het uitmuntenste Gemenebest; of Den Lof der Honingbyen’ (p. 231-244). In de tweede aflevering van deel 1: ‘De heerschappij der dieren’ (p. 1-32), een soort imaginaire reis naar een staat waarin allerlei dieren met elkaar samenleven; ‘’t Afbeeldsel eener coquette’ (p. 33-52); ‘De Kat in haaren schoonsten dag gestelt. Lofreden’ (p. 161-182; door een vrouw).
De tweede aflevering van deel 2 bevat een overname uit Le Misantrope (1711-1712) van Van Effen (p. 28-29).
De verhalen zijn vaak liefdesverhalen; maar niet zelden ook genomen uit reisbeschrijvingen. De redevoering is hier tevens een populair genre. Opvallend is dat dieren vaak het onderwerp zijn, naast natuurkunde.

Exemplaar
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: O 61-6359, 6360
¶ Full text deel 1-1 en deel 2-1

Literatuur
¶ D. Sturkenboom, ‘Thermometers voor mannelijkheid en vrouwelijkheid. De betekenis van sekse in de spectatoriale geschriften’, in: De Achttiende Eeuw 26 (1994), p. 57.

André Hanou