Weerlicht (1797-1798)

Titelbeschrijving
De Weerlicht.

Periodiciteit
Dit dinsdags weekblad verscheen van 9 mei 1797 tot en met 3 januari 1798 (nrs. 1-36, waarbij nr. 5 een extra aflevering is, uitgebracht op 24 mei); en van 9 januari tot en met 12 juni 1798 (nrs. 1-18). In het jaar 1798 verandert de dag van verschijning. Vanaf nr. 2 komt het blad vooral op woensdag uit, maar andere dagen komen voortdurend voor.
Aan het blad ging een prospectus vooraf, gedateerd 26 april 1797.

Bibliografische beschrijving
In kwarto. Het titelblok bevat steeds een (wisselend) motto, titel en datum. Aanvankelijk beslaat elke aflevering acht bladzijden, maar vanaf nr. 12 in 1798 zijn het er nog slechts vier. De nrs. 1-36 beslaan de pagina’s 1-182, de nrs. 1-18 de pagina’s 1-120.

Boekhistorische gegevens
Saakes noemt in zijn Naamlijst van juni 1797 de Delftse boekverkoper M. Roelofswaart als uitgever (p. 356). Ook het prospectus noemt zijn naam: inzenders dienen hun bijdragen naar Roelofswaart toe te sturen. Daarna volgt een opsomming van boekverkopers waar het prospectus verkrijgbaar is:

In den Haag, bij Leeuwenstijn en Plaat. Te Amsterdam, bij Wijnands, Briët, Crajenschot, Roos, Smit en van Gulik. Te Rotterdam, bij D. Vis, van den Dries, van Santen, Meijer, de Wed. Van Heel, Danserweg en J.A. Heijne, (onder Cod.) Te Delft, Roelofswaard. Te Leiden, bij Herding, van Tiffelen en Onnekink. Te Haarlem, bij Beets, Loosjes, en Cramerus. Te Dord, bij Blussé, de Haas en Kieboom. Te Utrecht, bij van der Schroef, en de Wed. Van Terveen. Te Gouda bij Buma. Te Gornichem bij van der Wal; Te Maasluis, bij van Lopik en Moerings. Te Brielle, bij Boers en Merkenburg. Te Middelburg, bij Gillisse, Keel, de Wed. W. en J. Abrahams; Te Vlissingen, bij Corbelijn en Maarsman. Te Zierikzee, bij van den Toorn. Te Alkmaar, bij Harencarspel; Te Hoorn, bij Vermande en Breebaard; Te Edam bij Ralfs; Te Zaandam, Tolk; Te Arnhem, bij Moeleman; Te Nijmegen, van Goor. Te Grave, bij van Dieren, Te Zutphen, bij van Beest; Te Harderwijk, bij van Kasteel; Te Deventer, bij Brouwer; Te Campen, bij Brok; Te Zwolle, bij Clement; Te Leeuwaarden, bij Cahais en van Sligh; Te Groningen, bij Groenewold en Doekema; In ’s Bosch, bij Palier en de Wed. Vieweg; Te Breda, bij van Bergen; Te Bergen op den Zoom, bij Riemsdijk en Bronkhorst, en bij de overige der voornaamste Boekverkoopers, in de Bataafsche Republiek.

In het blad zelf vindt men nog veranderingen en toevoegingen bij de verkopers.
Het prospectus geeft tevens informatie over de prijs: ‘Daar wij voornamentlijk ons voorgesteld hebben, dit Weekblad voor een ieder verkrijgbaar te maaken, hebben wij de prijs bij het jaar bepaald op ƒ 5:-:- en per No twee stuivers’.
Overigens vindt men in 1798, vanaf nr. 12, de prijs op 1½ stuiver gesteld. Blijkens Saakes’ Naamlijst van december 1797 moest voor de nrs. 1-35 ƒ 3:10 worden neergeteld (p. 408); voor nr. 36 in december 1798 2 stuivers (p. 506) en voor de nrs. 1-17 compleet (sic) eveneens in december 1798 ƒ 1:14 (p. 506).
Opmerkelijk is verder een opmerking op p. 20 (1797) over een kostenbesparing voor Rotterdamse boekverkopers: bij Danserweg wordt een tweede bureau (van het blad, kennelijk) ingericht waar dinsdags vóór 9 uur de nodige exemplaren kunnen worden afgehaald.

Medewerkers
Over de auteur/redacteur van de Weerlicht is niets meer bekend dan zijn initialen. In het prospectus wordt namelijk verzocht bij de toezendingen aan de uitgever te vermelden: ‘Aan den Redacteur J.H.’.
Bij de bijdragers en inzenders zijn als werkelijke personen te beschouwen: Jan BOOM, J.C., A. CORBELYN, Dirk DALEN, Jacob VAN LIL, W. VAN LIL, C.C. REDENIUS, H.V., Gerrit ZUIDWIJK. De overigen, of de redactie zelf, bedienen zich van ‘speaking names’ als Joris Blindeman, Jacobus Reveur, Jaap Stughoofd, Cornelis Onbewimpeld, Cornelia Doorzigtig.
Het prospectus stelt dat de redactie correspondentie heeft met Holland, Utrecht en Friesland.

Inhoud
Het aan ‘Medeburgers!’ gerichte prospectus meldt over de reden van alweer een blad:

Op een vrijmoedigen toon, zullen wij trachten de gebreeken aantetoonen, welke hier en daar in ons Vaderland nog bestaan, zoo wel als de voordeelen, die uit de Omwenteling van 1795 zijn voortgesprooten, of die in het vervolg van tijd, daar uit nog mogten voortvloeijen.

Onze situatie is als die van de Fransen in 1793.
Het blad heeft allure. Het behoort tot de radicale vleugel van de revolutionairen. Het is serieus, analytisch, met bijvoorbeeld essays als ‘Gedagten over de oorzaak van het Moderantisme’. Het betrekt, zeker in het begin, zijn nieuws vaak uit de sociëteiten voor één- en ondeelbaarheid, vooral die te Utrecht en Amsterdam. De opbouw is divers: buitenlandse en binnenlandse, vooral parlementaire berichten; zeer veel ingezonden brieven; documenten en staatsstukken; opstellen; samenspraken; een droom.

Relatie met andere bladen
In de Weerlicht komen regelmatig (politieke) bladen van allerlei aard ter sprake; als de Jonge Argus (1797), de Politieke Blixem (1797-1803), de Geharnaste Waarzegger (1795), de Constitutioneele Vlieg (1798).

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 515 C 32
Full text

André Hanou