Wekelyksch Antwoord (1753)

Titelbeschrijving
Het Wekelyksch Antwoord: of invallen, bedenkingen en aenmerkingen over verscheidene zaeken. Door +++ Onder den naem van N.-H. Weetlust.

Periodiciteit
Weekblad. Van 5 januari tot en met 30 juni 1753 verschenen 21 afleveringen. Meer lijkt er niet geweest te zijn. Op de laatste bladzijde van de laatste aflevering wordt namelijk gesproken van een tenminste voorlopig afscheid:

Omdat het Zomerzaizoen velen uitspanning doed nemen, is het best den koers van ons Antwoord tot September opteschorten: en zal men dan nader konnen besluiten, of wy ’t overige van ons bestek by Bladen dan of te gelyk uitgeven.

Van dat vervolg lijkt niets gekomen te zijn.
In nr. 1 staat een bericht aan ‘myn Boekverkooper’, gedateerd 29 december 1752.

Bibliografische beschrijving
In octavo. Elke aflevering bevat acht bladzijden. Het geheel heeft II (titelpagina) + 166 pagina’s.

Boekhistorische gegevens
Impressum:

Men vind dit deeltje compleet, of afzonderlyke bladen, Te Dordrecht by BLUSSE, Haerlem BOSCH, Delft GRAEUWENHAEN, Amsterdam HOUTTUYN, ESVELT, SPRIET, P. MEYER en STANHOFFIUS, Leiden LUGTMANS en VAN DER EYK, Rotterdam MARONIER, Gouda STAEL, Haege VAN THOL, Gorkum GOETZEE, Hoorn TJALLINGI, Alkmaar KOSTER, Zutfen VAN BULDEREN, Arnhem VOSTER, Nymegen HEYMANS, Middelburg GILLISSE, Vlissingen PAYENAER, Utrecht DE VEER, V. VUCHT en A. PADDENBURG, Leeuwaerden WIGERI, Harlingen VAN DER PLAETS, Franeker BROUWER, Zwol ROYAERTS, en Groningen BOLT.

In theorie kan (Abraham) Blussé, als vooropstaand in dit colofon op de titelpagina, beschouwd worden als de ‘echte’ uitgever. Er zijn echter geen gegevens bekend over zijn specifieke bemoeienis met dit blad. De eerste regel van het colofon in de nrs. 1-15 (daarna is er geen colofon) luidt enigszins anders: ‘Dit Wekelyksch Antwoord zal alle Vrydagen te bekomen zyn te Dord by van Braam en Blusse’.

Medewerkers
De eerste opdracht wordt in zekere zin ondertekend: ‘Ik ben […] N.-H. Weetlust’. Dit pseudoniem lijkt te verwijzen naar de N.H. die ook een groot deel van het Weekelyks Orakel (1735-1736) voor zijn rekening genomen heeft. Deze N.H. is geïdentificeerd als de Noord-Hollander Marten SCHAGEN (1700-1770). In nr. 1 van het Wekelyksch Antwoord is expliciet sprake van het Weekelyks Orakel en de relatie tussen beide bladen.
In zijn inleiding in de eerste aflevering van het Wekelyksch Antwoord zegt de redacteur (Schagen) ‘ook anderen’ te zullen raadplegen. Feitelijk komt het er echter op neer dat we met een éénmansredactie van doen hebben.

Inhoud
Het Wekelyksch Antwoord doet in het laatste nummer, aan het slot van het blad (p. 163-166), opgave van de stukjes die verschenen zijn, in de steeds in elke aflevering terugkomende onderdelen.
De opbouw van elke aflevering is min of meer dezelfde. Eerst vindt men wat de index ‘Hooft- of tytelverzen’ noemt: enkele regels poëzie. In de eerste aflevering zijn dat enkele verzen van Vondel, uit zijn Adam (1664), over God als oorsprong van alles. Daarmee laat de redacteur meteen zien binnen welk wereldbeeld de inhoud van het blad moet worden begrepen.
Daarna volgt telkens een opdracht. In dat eerste nummer: ‘Aen de Verstandige Eusebia  +++’ die ‘de Grootpriesterin van den Christen-tempel’ is. Later volgen meer opdrachten aan vrouwen, zoals aan Lucretia van Merken en Christina Leonora de Neufville. Vrouwen blijven echter een minderheid.
Althans vanaf nr. 2 volgen als derde en vierde vaste onderdeel: een vraag en een antwoord. In de eerste aflevering vinden we op die derde/vierde plaats slechts een uiteenzetting, gericht aan ‘myn Boekverkooper’ over aard en inrichting van het tijdschrift. Godsdienst, waarheid en mensenliefde hebben nieuwswaarde, meent de schrijver; die daarmee tegelijkertijd aangeeft dat zijn ideologische drijfveren religieus-maatschappelijk van aard zijn. Nieuws daarover moet gehoord, besproken kunnen worden. Misschien zijn daartoe al eerder, vergeefs soms, pogingen ondernomen. Hij wil zelf

Wekelyks myne Bedenkingen en Invallen, over Theologische, Kerkelyke, Burgerlyke, en Huishoudelyke, zoo oude als hedendaagsche, Zaeken en Gevallen, in een soort van Vraeg-Beantwoordend Blad, medetedeelen. UEd vroeg my onder andere, of het Wekelyks Orakel, ’t welk in ’t jaer 1735 en 1736. by halve bladen uitquam, niet ten Model zou konnen dienen? Ik denk, in zeker opzigt, ja. (p. 3)

Schagen maakt slechts dit voorbehoud: dat hij zich niet verplicht acht alle binnenkomende vragen te beantwoorden. Dat gebeurde in het Orakel ook niet altijd, merkt hij iets verder op. Maar uit wat daar aan vragen nog resteert (blijkbaar slechts als vraag afgedrukt, zonder gedrukt antwoord), en uit wat hij aan ongedrukte vragen ziet ‘Zal ik by voorraed de nuttigste kiezen […] totdat my van myne Lezers anderen worden toegeschikt’ (p. 4). Hiermee wordt overduidelijk dat deze redacteur ook redacteur is geweest van het eerdere tijdschrift. Schagen neemt dus gewoon de formule en het systeem van het Orakel over. Hij beschikt blijkbaar over de resterende kopij, althans over de ingestuurde vragen. Hij stelt overigens als eerste vraag voor (te beantwoorden in nr. 2): ‘wat God is’.
Het is duidelijk dat hij van plan is in het Wekelyksch Antwoord, net als in het Orakel, met behulp van de vraag-en-antwoord-formule eenzelfde vorm van encyclopedisme te gebruiken, en op vragen over bijbel, geschiedenis, wetenschap in het antwoord alle verstandige kennis over het onderwerp van de vraag te verzamelen en te comprimeren. Wel zegt Schagen dat hij ‘by verwisseling, korte Vertoogen of Bedenkingen over ’t een of ander wetenswaerdig stuk’ zal opnemen, of verhalen van ontmoetingen, of ‘eerlijke uitspanning’. Een voorbeeld kan men vinden in een over drie afleveringen verdeelde uiteenzetting over de geschiedenis van de handschoen (p. 27-30, 148-152, 156-160).

Exemplaren
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: O 63-1487
Full text

Literatuur
¶ André Hanou, ‘De geleerdentijdschriften van Marten Schagen, II’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 34 (2011), p. 118-135
¶ P. Visser, ‘’Redelijke regtzinnigheid’. Prolegomena over de betekenis van Marten Schagen (1700-1770) voor de Nederlandse Verlichting’, in: L. Brussee-van der Zee, A. Verbeek e.a., Balanceren op de smalle weg. Opstellen aangeboden aan Kees van Duin, Alle Hoekma en Sjouke Voolstra bij hun afscheid van het Doopsgezind Seminarium (Zoetermeer 2002), p. 216-284.

André Hanou