Wiskunstig Mengelwerk (1796-1802)

Titelbeschrijving
Wiskunstig Mengelwerk, in eene aaneenschakeling van Uitgeleezene Voorstellen, met derzelver Ontbindingen. 

Periodiciteit
Uit de Naamlijst van Saakes blijkt dat het Mengelwerk in afzonderlijke afleveringen (‘stukjes’) verscheen. Zo wordt in Saakes’ maartaflevering uit 1796 het eerste stukje van deel 1 aangeboden (p. 232). De stukjes moeten zeker in de begintijd om de twee maanden zijn verschenen, getuige de vermelding van de nrs. 2, 3 en 4 in de Naamlijst van september 1796 (p. 279). Alberts/Beckers (2010) schrijven over de voorloper van het Mengelwerk dat de stukjes alleen verschenen wanneer er voldoende kopij was.
Het Mengelwerk is gebundeld in 2 delen: deel 1 in 1798, deel 2 in 1802. De stukjes zijn niet meer als zodanig zichtbaar (nieuw zetsel?).

Bibliografische beschrijving
Deel 1 telt 402 pagina’s in octavo (excl. 4 bladen met meetkundige figuren), deel 2 telt 519 pagina’s (excl. 4 bladen met meetkundige figuren). Beide delen zijn gesplitst in een gedeelte met wiskundige opgaven (‘Voorstellen’) en een gedeelte uitwerkingen (‘Ontbindingen der voorgaande Voorstellen’. 
De delen beginnen elk met een ‘Naamlyst der Leden des Genootschaps, zo als dezelve van tyd tot tyd zyn verkoren’): bestuurders, correspondenten, honoraire leden en ordinaire leden. Daarna volgt een overzicht van de genootschapsleden die de uitgewerkte voorstellen ooit hebben ingediend.

Boekhistorische gegevens
Impressum: 

Te Amsterdam, Gedrukt voor Rekening van ’t GENOOTSCHAP, en zyn te bekomen by P.G. Geysbeek, op de Lelygragt, tusschen de Keizersgragt en Prinsegragt.

Prijs per stukje volgens opgave bij Saakes: 12 stuivers.

Medewerkers
Het blad is blijkens de titelpagina het orgaan van het Genootschap der Mathematische Weetenschappen, onder de spreuk: Een Onvermoeide Arbeid Komt Alles Te Boven (Amsterdam). Het werd in 1778 opgericht en is tegenwoordig onder de naam Koninklijk Wiskundig Genootschap (KWG) ’s werelds oudste nationale wiskundegenootschap. Leden waren landmeters, instrumentmakers, onderwijzers, boekhouders en andere praktisch georiënteerde wiskundigen. 
Redacteur van het Wistkunstig Mengelwerk was Arnoldus Bastiaan STRABBE (1741-1805), een van de oprichters van het genootschap. Eind achttiende eeuw werd er veel kritiek geuit op de nogal eigenzinnige Strabbe. Hij zou voorrang geven aan zijn eigen werk en dat van vrienden, in plaats van zorg te besteden aan het Wiskunstig Mengelwerk. Ook zou hij met genootschapsgeld eigen uitgaven financieren. Om de kwaliteit van het genootschapsblad te borgen werd een Commissie tot het nazien van ontbindingen aangesteld. Strabbe stond toen als het ware onder toezicht. De irritaties over en weer zouden in 1803 leiden tot een heuse coup binnen het genootschapsbestuur.

Inhoud
Het blad bevat voorstellen en ontbindingen, ingezonden door leden en correspondenten.

Relatie tot andere periodieken
Het blad is een voortzetting van de Wiskunstige Verlustiging (1786-1795). 
Het Wiskunstig Mengelwerk werd op zijn beurt voortgezet als Wiskunstige Oeffeningen (1806-1809). 

Exemplaren
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: 659 C 4-5
¶ Full text deel 1 en deel 2

Literatuur
¶ Sanne Ruiter, De onvermoeide arbeid van Arnoldus Bastiaan Strabbe (Universiteit Utrecht, bachelorscriptie 2015)
¶ G. Alberts en D. Beckers, ‘Wiskunstige Verlustiging. De tijdschriften die het genootschap wel en niet uitgaf’, in: Nieuw Archief voor Wiskunde 5/11, nr. 1 (maart 2010), p. 20-26
¶ D. Beckers, Het despotisme der mathesis. Opkomst van de propaedeutische functie van de wiskunde in Nederland 1750-1850 (Hilversum 2003)
¶ P.C. Baayen, ‘“Wiskundig Genootschap’ 1778-1978. Some facts and figures concerning two centuries of the Dutch Mathematical Society “Een onvermoeide arbeid komt alles te boven”’, in: Nieuw Archief voor Wiskunde 26 (1978), nr. 3, p. 177–205
¶ S.B. Engelsman, Het wiskundig genootschap en eerste secretaris Strabbe, Tweehonderd jaar onvermoeide arbeid (1978)
¶ M. van Haaften, Het Wiskundig Genootschap. Zijn oudste geschiedenis, zijn werkzaamheden en zijn beteekenis voor het verzekeringswezen (Groningen 1923)

Rietje van Vliet