Zondagsblad, voor Roomsch-Catholijken (1798-1799)

Titelbeschrijving
Zondagsblad, voor Roomsch-Catholijken. Door een Roomsch Priester.
Met motto uit Psalm 118:16 ‘Ik zal uwe inzettingen overwegen, en uw woord zal niet vergeten’.

Periodiciteit
Het Zondagsblad is een weekblad in octavoformaat, waarvan 52 afleveringen op zondag verschenen van 2 september 1798 t/m 25 augustus 1799.
Het is de bedoeling geweest door te gaan met het blad, meldt de laatste pagina; maar de reden waarom het ophoudt ‘willen wij, uit achting voor onze Geloofsgenoten, liefst hier verzwijgen’. Deze opmerking lijkt te wijzen op een conflict.

Bibliografische beschrijving
Het geheel bevat IV (titelpagina, en inhoudsopgave) + 416 doorgenummerde pagina’s. Elke aflevering heeft 8 pagina’s; en begint met short-title, waarna nummer- en datumaanduiding, en tekst volgen.

Boekhistorische gegevens
De titelpagina meldt: ‘Te Amsterdam, Bij P. van Buuren, Boekverkoper op het Schapenplein’. Op de laatste bladzijde van elke aflevering vindt men een colofon met zijn naam, waaraan is toegevoegd: ‘in de vier Evangelisten’.
Saakes vermeldt in zijn Naamlijst van september 1798 de verschijning van de eerste aflevering, à ƒ 0:1:8 (p. 475); en december 1798 dat er reeds 18 afleveringen verschenen zijn à ƒ 0:1:7 (p. 504). De uitgever bericht in het Zondagsblad zelf dat er van de vorige afleveringen nog enkele à 1½ stuiver verkrijgbaar zijn en dat aflevering 1-50 (!) ‘een Deel zal uitmaken, dat dan ingenaaid kan worden; dus een compleet Huisboek’ (p. 320).

Medewerkers
De schrijver Willem IMME (1762-1823) was pastoor te Loosduinen. Hij was tevens literator en produceerde romans en gedichten, onder meer in de Kleine dichterlijke handschriften, verzameld door Uylenbroek (1823-1827). Hij vertaalde nogal wat toneelstukken, onder andere de Irene van Voltaire.

Inhoud
In nr. 1 stelt de auteur dit ‘weekschrift’ te hebben geschreven in navolging van soortgelijke protestante bladen; en dat katholieken weinig lezen op de zondag (er bestaat dus een hiaat).
Het zondagsblad is geschreven in eenvoudige, instruerende taal, en heeft onderwerpen als ‘Het einde, waartoe wij geschapen zijn’, ‘Over de zelfskennis’, ‘Christelijke waakzaamheid’. De auteur wil ‘kleine leerreden, of korte beschouwingen van eene of andere waarheid, waartoe het Evangelie van den Zondag ons aanleiding geeft, of eindelijk korte uitbreidingen van het een of andere Leerstuk der H. Kerk’ (p. 2).
Volgen dus een soort preken, overdenkingen in proza, die soms over de afleveringen heenlopen. Een enkele keer wordt wat poëzie ingelast (p. 144, 183).
Dat bewust deze vorm volgehouden wordt, blijkt uit een antwoord op een – fictieve? – brief (p. 103) waarin gevraagd wordt om meer variatie, meer anekdotes uit de kerkelijke geschiedenis, meer historische zaken. Het antwoord luidt: Nee!

Dit blad is niet anders, dan eene eenvoudige handleiding voor oprechte en welmenende Christenen, om ’er op des Zondags eenige ogenblikken, tot opwekking van zich zelven, mede bezig te houden, Het kan, in dien zin, eens een nuttig huisboek worden, gelijk het werkje De eeuwige zaligheid, voor eenige jaren in het licht gekomen. (p. 104)

Het heeft dus een andere opzet dan De Vriend der Roomschgezinden (1796), voegt de schrijver hieraan toe.

Exemplaren
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: O 61-1622
Full text

André Hanou