Nieuwe Oprechte Haegse Mercuur (1699)

Titelbeschrijving
Nieuwe Oprechte Haegse Mercuur compleet. Behelsende Satyrique, Politique, en Akademische Reflexien.

Periodiciteit
De mercuur verscheen tweemaal per week, van 25 mei t/m 4 september 1699 (30 nrs.).
Volgens het voorwoord is de Nieuwe oprechte Haegse Mercuur verboden door de ‘Hoge Overigheyd’ op grond van door haar bespeurde libertinage. Dit wordt eveneens door de auteur van het pamflet Mercurius in den rouw (1699) gesuggereerd.

Bibliografische beschrijving
Iedere aflevering telde 4 pagina’s in kwarto. Het titelblok van de afzonderlijke afleveringen bestaat uit de short title, de datum en een vliegende Mercurius als titelvignet. Mercurius voert de slangenstaf; in de top daarvan is een ooievaartje met een kikker in de bek.
Na het verschijnen van het laatste nummer verscheen het voorwoord ‘Aen den mercurialen lezer’.

Boekhistorische gegevens
De mercuur is in Den Haag uitgegeven, bij dezelfde drukker als de Haegse Mercurius van Hendrik Doedijns: Gillis van Limburg, boekdrukker in de Papestraat. Het blad is ‘mede te bekomen by de boekverkoopers in alle steden’. De winkelprijs is onbekend.
In 1745 werd de Nieuwe Oprechte Haegse Mercuur in Utrecht opnieuw uitgegeven door Arnoldus Lobedanius. Deze tweede druk kostte volgens de Leydse Courant van 6 januari 1745 16 stuivers.

Medewerkers
De auteur is de internationaal befaamde jurist Cornelis VAN BYNKERSHOEK (1673–1743). Hij was van 1724 tot zijn dood president van de Hoge Raad van Holland en Zeeland.

Inhoud
Het blad stelt zich voor als een concurrent van Hendrik Doedijns’ Haegse Mercurius (1697-1699). Dit periodiek gaf zich volgens Van Bynkershoek ten onrechte uit voor een echt Haags tijdschrift. Het was in zijn ogen een ‘Amsterdams-Haegse’ creatie geworden omdat Doedijns naar Amsterdam was verhuisd en daar zijn Mercurius liet drukken (vanaf 6 mei 1699). Evenals Doedijns leverde Van Bynkershoek korte satirische commentaren op krantennieuws. Daar was een markt voor: in de jaren 1698-1699 verschenen naast de bladen van Doedijns en Van Bynkershoek twee Latijnse navolgingen van Doedijns’ tijdschrift en een Franse vertaling daarvan.
Van Bynkershoek stelde een breed scala aan onderwerpen aan de orde: plagiaat, conventies van de satire, etymologie en orthografie, academisch onderwijs, donder en bliksem volgens Descartes, geloof in spoken, toverij, bedrog door geestelijken, zelfmoord, (ethisch) geoorloofdheid van het duel; (juridisch) het rekken van de duur van processen, simonie, censuur, het aannemen van giften door rechters, strafbaarheid van in dronkenschap begane delicten, strafbaarheid van beledigingen, Romeins recht, (kerkelijk) hekeling van sektarisme, wangedrag van geestelijken, intolerantie, de roomse inquisitie. Nr. 22 legt uit hoe mercuren moeten worden geschreven.
Blijkens zijn Haegse Mercuur vond Van Bynkershoek Willem III een ‘grooten Hollander‘ (nr. 19). Verder moest elke staat ‘een dominante religie’ hebben, zoals in de Republiek de gereformeerde godsdienst dat was. Evenals zijn concurrent Doedijns hekelt Van Bynkershoek de aanmatigingen van Johann Friedrich Mayer, luthers predikant van de Jacobi-kerk te Hamburg.
De meest geciteerde of vermelde auteurs: Fénelon en diens Explications des maximes des saints sur la vie intérieure (1697) alsmede de kerkelijke veroordeling van dit werk, Joannes Calvijns De Scandalis (1550), Isaac Vossius, Jean-Maximilien Lucas, Machiavelli, Adriaen Beverland, kardinaal Jacques Davy du Perron, Aitzema, Sir Thomas Browne; (antieke auteurs die worden geciteerd of vermeld) Plinius de Oudere, Seneca, Lucretius, Tacitus, Cicero, Horatius, Ammianus Marcellinus, Ovidius, Petronius, Juvenalis, Persius, Aristophanes, Aristoteles.
Van Bynkershoek plaatste veel Latijnse citaten in zijn tekst; ook Griekse, Hebreeuwse en Franse citaten komen voor. In zijn stijl wisselen plechtstatige en familiaire elementen elkaar af. Daarbij een nadrukkelijk vertoon van eruditie, met name op het gebied van het Romeins en canoniek recht. Zijn lezerspubliek bestond dan ook uit personen die ten minste een Latijnse school hadden bezocht, studenten en academici.

Relatie tot andere periodieken
Het blad, waarvan de afleveringen ook wel ‘Oyevaertjes’ werden genoemd, presenteert zich als een concurrent van de Haegse Mercurius (1797-1799) door Hendrik Doedijns (nrs. 1, 12, 22). In nr. 12 plaatste Van Bynkershoek ‘een antwoortje’, gericht aan Doedijns, die in zijn Haegse Mercurius Van Bynkershoeks mercuren ‘te houtig en te styf ‘had genoemd. Van Bynkershoek reageert ook op lezers die zijn blad niet ‘zot’ genoeg vinden, of die naar dubbelzinnigheden speuren die er niet zijn.

Exemplaren
¶ Den Haag, Gemeentearchief : A 1 52 (Hgst 1258)
¶ Full text tweede druk uit 1745

Literatuur
¶ J.J.V.M. de Vet, ‘Cornelis van Bynkershoek and religion. Reflexions of a critical mind in the Hague in 1699 and his reactions to crossroads of religious beliefs’, in: A.-J. Gelderblom, J.L. de Jong, M. van Vaeck, The low Countries as a crossroads of religious beliefs (Leiden/Boston 2004)
¶ Hendrik Doedijns, De Haegse Mercurius (7 augustus 1697 – 1 februari 1698), editie R. van Vliet (Leiden 1996)
¶ O.W. Star Numan, Cornelis van Bynkershoek: zijn leven en zijne geschriften (Leiden 1869)

Jan de Vet