Nieuw Evangelisch Magazijn (1780-1784)

Titelbeschrijving
Nieuw Evangelisch Magazijn; of Mengelstoffen, ter Bevoordering van Kennis en Beoefening der Godlijke Waarheden. Onder de Spreuk: Pro veritate et pietate excolendis [vert. Ter bevordering van waarheid en vroomheid].

Periodiciteit
Driemaandelijks verschijnend tijdschrift, waarvan telkens vier afleveringen gebundeld werden tot een deel. Gezien de impressa van de afleveringen en de data van de approbaties van de classis Schieland, moeten ten minste drie afleveringen reeds in 1780 verschenen zijn. De laatste aflevering heeft 1784 op de titelpagina en een approbatie van 8 november 1784.
In de ‘Narede’ van deel 4 wordt als reden van beëindiging opgegeven: ‘ten einde het Werk voor minvermoogenden niet onverkrijgbaar te maaken’ (p. 487).

Bibliografische beschrijving
Het werk, in octavo, bestaat uit vier delen van elk vier afleveringen. Meestal hebben de afleveringen hun eigen titelpagina’s behouden, met de daarbij behorende, gedateerde, approbaties.
Deel 1 heeft CVI + 500 doorgepagineerde bladzijden. Het voorwerk bevat de titelpagina van het eerste deel (1781), de approbatie van dit deel en de inhoud van het eerste deel. Op vergelijkbare wijze bevatten deel 2 VI + 492 pagina’s, deel 3 VI + 496 pagina’s, en deel 4 VIII+ 488 pagina’s.

Boekhistorische gegevens
Titelpagina’s: ‘Te Amsterdam, Bij Martinus de Bruyn, Op het Rokkin, tusschen de Gaper- en Duifjes-Steegen’. In de eerste aflevering zit De Bruyn echter nog in de Kalverstraat bij de Duifjessteeg, ‘En met Mey aanstaande’ op het eerdergenoemde adres.

Medewerkers
Holtrop meent dat de voornaamste (de enige?) auteur is geweest: Cornelis BREM (ca. 1722-1803). Deze was zeer rechtzinnig lidmaat van de gereformeerde kerk te Rotterdam, en tegelijk diaken, later ouderling, van de Schotse kerk aldaar. Dat laatste verklaart zijn belangstelling voor en kennis van de Britse opwekkingsbeweging.
Het voorbericht bij nr. 1 vraagt om toezending van ‘dienstige Stoffen, en ook van gepaste Dichtstukjes’, via de drukker. Het is niet goed mogelijk bij het proza de eventuele Nederlandse bijdragers te herkennen, behalve J.V.N.V.E. en de Dordrechtenaar J.S. die een ‘Overdenking op de geschiedenis van den aartsvader Josef’ schreef.
Het dichtwerk, waarmee vaak een aflevering wordt besloten, lijkt wél vaak van Nederlanders afkomstig. Het betreft vrijwel uitsluitend: J.C.M., V.L., A.E.d.B.g.A., P., en B.B. Deze laatste voegt aan zijn initialen toe, achtereenvolgens, ‘Vollenhove 1782’ en ‘Diemen 1782’, zodat hij wel geïdentificeerd kan worden als de latere patriot Bernardus BOSCH (1746-1803), die in genoemde plaatsen predikant is geweest. Het thema van dit soort poëzie zal duidelijk zijn uit titels als ‘Jezus als herder geroemd en begeerd’, ‘Effenhart in voorspoed en onspoed’, ‘Gods bijzijn goed’.

Inhoud
Op de (protestantse) geloofsbeleving gericht opwekkingstijdschrift, met artikelen over onderwerpen als ‘De Leer der Vrije Genade verdeedigd’; ‘Over den Christelijken IJver’; ‘Aanmerkingen over sommige zoogenoemde onschuldige Vermaaken’ (namelijk harddraven, dansen en kaarten).
Het voorbericht van ‘de uitgeevers’ bij nr. 1 merkt op dat nog nooit een tijdschrift met zo veel stichting was gelezen als het Euangelisch Magazijn. Toen dat ophield te bestaan bleek de uitgevers dat de bron waaruit dat werk voortkwam nog niet was uitgeput, terwijl er ook nieuw materiaal bijgekomen was. Men besloot dus genoemd werk te vervolgen. ‘De Stoffen in dit Stukje vervat, zijn ook meerendeels uit het Engelsch Maandwerk The Gospel Magazine geheeten, ontleend; de overige zijn genoomen deels uit een ander Engelsch werkje, en deels uit een stichtelijk Tijdschrift in het Hoogduitsch’. Men wil geen vaste volgorde aanhouden bij de selectie; ‘eene soort van wanorde’ lijkt immers het leesgenoegen juist te bevorderen. Het is de beddoeling telkens vier afleveringen samen te voegen tot een boekdeel.
Er worden velerlei vormen gebruikt: brieven, essays, samenspraken. Er worden tamelijk veel biografieën ingelast van mensen die hun leven lieten leiden door hun religieuze ervaring. Dit zijn vaak Engelsen, maar ook Jodocus van Lodensteyn krijgt een levensbeschrijving.
Opmerkelijk is de grote aandacht voor de Duitse piëtist A.H. Francken en diens Stiftung.

Relatie tot andere periodieken
Terwijl als voorganger het Euangelisch Magazijn beschouwd kan worden, is de Euangelische Schatkamer (1799-1802) een soort voortzetting. Althans, dat is de mening in de voorrede van het eerste deel van de Schatkamer.

Exemplaren
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: Z 946
¶ Full text deel 1, deel 2, deel 3 en deel 4

Literatuur
¶ P.N. Holtrop, Tussen piëtisme en réveil. Het Deutsche Christengeselschaft in Nederland, 1784-1833 (Amsterdam 1975), p. 158-159.

André Hanou