Arlequin Alchimist (1742)

Titelbeschrijving
Arlequin Alchimist, Componerende, uit zyn Labertorium een Warrent Kluwetje, van duizent Differente Couleuren, daar hy door de Verwartheid, zelf geen eind aan vind.

Periodiciteit
Het blad verscheen tussen 22 januari en 21 mei 1742 in zeven nummers, meestal op donderdag, maar de frequentie was onregelmatig: op het tweede nummer moest men tien weken wachten (maandag 2 april), ondanks de verzekering van de auteur dat het een weekblad was.

Bibliografische gegevens
Elk nummer telt vier bladzijden in kwartoformaat. De zeven katernen zijn doorgenummerd van bladzijde 1 tot en met 28.

Boekhistorische gegevens
Arlequin Alchimist werd uitgegeven door de Weduwe Jacobus van Egmont en Zoon te Amsterdam.
De prijs bedroeg volgens een terloopse opmerking van de auteur een oortje per aflevering, dat is een kwart stuiver: 0,125 gulden of twee duiten, maar dat is volgens Bostoen (2014) een onrealistische prijs, want te laag: een stuiver voor vier bladzijden zou in die tijd normaler zijn.

Medewerkers
Zekere H.G. ‘No. 1 van een weekblaadje [= Twee-en-vyftig Samenspraken gehouden tussen ’t Hollandse Neefje en het Zeelandse Nigje], waarvan ik’, schrijft Gerrit van Rijn (1890) op p. 19,

nooit meerder nommers zag. Dit nommer is eigenlijk slechts een ‘voor-reeden’ zoodat omtrent de richting van het blaadje weinig uit dit nommer te leeren is. Hij [= de auteur, namelijk H.G.] vertelt echter in deze voorrede dat hij ‘cirka Tien agter een volgende Jaaren, de Eer gehad (had) UE. met zyn Schryftrand van Mercuur, ’T Verwarde kluwetje, Ledigganger, Patriot, tydkorting te geeven

Wie achter de initialen H.G. schuilging wist Van Rijn niet, maar Bostoen wel: de Groningse theologiestudent Henricus (Henric) GOCKINGA (1718-1772). Op inhoudelijke en stilistische gronden concludeerde Bostoen dat deze Groningse schrijver ook enkele andere tijdschriften in die jaren schreef, zoals De Ledig-ganger of Dwaal-ligt (1748), Den Vry-gebooren Hollander, of Orangje Patriot (1748-1749) en Twee-en-vyftig Samenspraken gehouden tussen ’t Hollandse Neefje en het Zeelandse Nigje (1753).
Gockinga studeerde sinds 1740 theologie in Leiden. In 1742 werd hij als predikant beroepen in Wilnis, waar hij tot zijn dood voorging. Zijn leven lang was hij een verwoed verzamelaar van incunabelen.

Inhoud
Dit eenmanstijdschriftje had literaire aspiraties, gezien de niet onverdienstelijke verzen, waarmee de auteur het blad heeft gelardeerd. Het beoogd publiek was de geletterde academische jeugd, de student derhalve.
Arlequin (harlekijn) is een clowneske figuur van Italiaanse oorsprong, die via het Franse theater op het Nederlandse toneel is terechtgekomen. Deze Nederlandse harlekijnse variant is een satirisch tijdschrift, dat politieke kwesties niet uit de weg gaat.
Zo is de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748) een repeterend onderwerp, dat wil zeggen, de Nederlandse heikele kwestie die er volgens Bostoen achter schuilging: hoe maken we een eind aan het stadhouderloze tijdperk, alias de heerschappij van de regentenklasse? En hoe promoveren we Willem Karel Hendrik Friso (1711-1751), de Friese stadhouder, tevens stadhouder van Groningen en Gelderland, tot stadhouder van Holland en van de rest van de Republiek? Dat deed Gockinga niet rechtstreeks – hij was een voorzichtig auteur – maar uit zijn pleidooi ten voordele van Maria Theresia, koningin van Hongarije enz. blijkt zijn oranjegezindheid. Hij wilde dat de regenten – wiens traagheid in de politieke besluitvorming hij keer op keer hekelt – stadhouder Willem IV tot de hoogste militaire officier zouden aanstellen.
Naast dit voornaamste politieke thema en doelstelling hekelt Gockinga ook de schrijvende herbergier, de anti-orangistische  Hermanus van den Burg, die het had gewaagd de onvolprezen gedichten van de edele Willem van Haaren te bekritiseren, met name diens Leonidas, een politieke allegorie, waarin voor militaire steun aan Oostenrijk werd gepleit.

Relatie tot andere periodieken
Dit weekblad is duidelijk geënt op Willem van Swaanenburgs Arlequin Distelateur of de Overgehaalde Nouvelles (1725-1726), maar het is toegankelijker geschreven en commerciëler dan zijn rolmodel.

Exemplaar
Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 526 D 16 en M 145 C 126.

Bronnen
Groninger Archieven: familiearchief Gockinga, toegang 518, inv.nrs 14-19.

Literatuur
¶ Karel Bostoen, ‘Een fan van drie Willems. De Arlequin Alchimist (1742) van Henricus Gockinga’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 37/2 (2014), 161-174
¶ G. van Rijn, ‘Lijkenverbranding. – de Genestet, enz.‘, in: De Librye 3 (1 juli 1890), 19-20
¶ Rietje van Vliet, ”Myne boeken zyn weinig, hebbende niet meer, dan 4 kassen vol”. Henricus Gockinga (1718-1772), de onbekende vertaler van Meermans Uitvinding der boekdrukkunst‘, in: Jaarboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen 2018.

Pieter van Wissing