Verstandige Snapsters (1756)

Titelbeschrijving
De Verstandige Snapsters.

Periodiciteit
Van dit weekblad zijn twintig afleveringen verschenen; het gebundelde tijdschrift is gedateerd 1756. Het blad kwam elke maandag uit. Het verscheen in Leeuwarden op zaterdag, aldus diverse advertenties in de Leeuwarder Courant (14, 21 en 28 februari en later in 1756). Wegens een gebrek aan kopers werd het gestaakt, aldus een mededeling van de uitgever in het voorbericht.

Bibliografische beschrijving
Het formaat is octavo. De geraadpleegde band bevat een titelpagina, een ‘Voorbericht van den Nederlandschen uitgever’ (2 pagina’s) en 160 doorgenummerde pagina’s. Elke aflevering telt 8 pagina’s.

Boekhistorische gegevens
Titelpagina: ‘Te Dordrecht, by Abraham Blussé’. Het colofon vermeldt de namen van 45 boekverkopers waar het blad te verkrijgen is, verspreid over het hele land, onder wie Abraham Ferwerda uit Leeuwarden. De prijs bedraagt ‘een en een halve stuiver’.

Medewerkers
De auteur van het Duitse origineel is Johann Christoph GOTTSCHED (1700-1766). De Nederlandse vertaling is van de Rotterdamse belastingambtenaar Johannes VAN DER HEY (1726-1812/13).
In de eerste aflevering worden de drie (fictieve) oprichtsters van het tijdschrift geïntroduceerd, namelijk ‘Calliste’, ‘Iris’ en ‘Phyllis’. Beurtelings ondertekenen zij de vertogen. Calliste, die veruit de meeste vertogen voor haar rekening neemt, presenteert zich als een alleenstaande vrouw: zij heeft vijftien jaar geleden vanwege ‘een zeker Voorval’ de gelofte gedaan nooit meer een man meer te vertrouwen (p. 124).
Daarnaast zijn er (fictieve) ingezonden brieven van de hand van Meliorantes, Maria Ignova, Clarice, Dissipatrice, Placida, Modesta van der Linde, Briontes, Eburina en Aretine.

Inhoud
Het tijdschrift behoort tot het genre van de spectators en richt zich hoofdzakelijk op een vrouwelijk publiek. Het doel is om de zwakheden en gebreken van vrouwen te behandelen en zo hun gedrag te verbeteren. De vertogen gaan over onderwerpen als overmatige opsmuk, het belang van goede smaak, theaterbezoek en de juiste huwelijkskeuze. Er wordt veelvuldig gepleit voor een betere opvoeding van vrouwen. Een van de afleveringen gaat over de oprichting van een vrouwengenootschap, getiteld ‘het Genootschap van de duysche Musen’, dat tweewekelijks bijeenkomt en als doel heeft een zuiver gebruik van de moedertaal te bevorderen.

Relatie tot andere periodieken
Het betreft een vertaling van Die Vernünftigen Tadlerinnen (1725-1726) van Gottsched. De inhoud is aangepast aan het Nederlandse publiek: de Duitse verzen boven ieder vertoog zijn vervangen door Nederlandse en aangeprezen Duitse boeken hebben in de vertogen plaatsgemaakt voor Nederlandse titels.

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 480 K 30
Full text

Literatuur
¶ Ton Jongenelen, ‘“De geessel der hedendaagsche paskwillanten”. Johannes van der Hey als pamfletschrijver’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 2015-2
¶ L. Jensen. ‘Bij uitsluiting voor de vrouwelijke sekse geschikt’. Vrouwentijdschriften en journalistes in Nederland in de achttiende en negentiende eeuw (Hilversum 2001), p. 33, 34, 40, 51, 245.

Lotte Jensen