Vader Boete (1795)

Titelbeschrijving
Vader Boete.
In de Sysse-Panne van 30 januari 1796 wordt ook geschreven: Vader Boote (fonetische spelling?).

Periodiciteit
Van het bestaan van dit blad wordt gewag gemaakt door Karel Broeckaert, auteur van de Sysse-Panne. Op een paar plaatsen noemt hij de titel Vader Boete, voor het eerst in de Sysse-Panne van 11 november 1795. Het is onduidelijk wanneer er aan Vader Boete een einde komt.

Boekhistorische gegevens
Wegens de politieke signatuur zou Vader Boete uitgegeven kunnen zijn door de Gentse drukker André Benoit Stéven, die onder bescherming van de Franse machthebbers opereerde. Zijn betrokkenheid is echter niet vastgesteld.

Medewerkers
Over de schrijver van Vader Boete tast men in het duister, ondanks verwijzingen in de Sysse-Panne naar een mogelijke kandidaat. Zo valt de naam ROUCK diverse keren, vaak samen met de naam Perier, de mogelijke schrijver van de Demokraet. In de Gazette van Gend van 25 april 1796 worden ene Rouk en Perier genoemd als docenten van de ‘Ecoles Nationales du Canton de Gand’. 
Broeckaert is weinig complimenteus over de schrijfstijl van Rouck. In de Sysse-panne van 7 februari 1796 staat te lezen hoe saai Roucks epistels zijn:

Maer my denkt niet dat Rouck in zyne schriften eenen zede-schender was; ik heb in al de Blaedjens die hy geschreven heeft niet anders gezien dan dat hy zegt, dat hy om zeggens van zin was iets te zeggen dat hy tot nog toe niet gezegt en hadde, zeggende dat hy het zoude zeggen, zoo als men zegt dat de Schryvers waer uyt dat zynen Voorgaender zyn zeggen gezogt heeft, het noyt en hebben konnen zeggen’ (p. 16)

Inhoud
Volgens de Sysse-Panne van 30 januari 1796 begint nr. 2 van Vader Boete met een uitspraak van Rousseau als ‘Hoofd-Spreuk’. Deze uitspraak betreft de rampzalige gevolgen voor een staat wanneer burgers zich onverschillig tonen: ‘Dat den Staet verloren is zoo haest ‘er imand zegt, wat leyd’ er my aengelegen’ (p. 6). Het citaat – ‘Sitôt que quelqu’un dit des affaires de l’État: Que m’importe? On doit compter que l’État est perdu’ – is afkomstig uit het Contrat Social (1772), boek 3, hfst. 15.
Vader Boete wordt tot tweemaal toe in één adem genoemd met de Demokraet (1795), uitgegeven door Stéven en volgens Huyghebaert (1983) een extremistisch blad met jacobijnse sympathieën. Vermoedelijk moet ook Vader Boete in die politieke hoek worden gezocht.
De titel Vader Boete is moeilijk te verklaren. Wellicht is er een verband met abbé Pierre (François) Botte, met wie de ‘Père Botte’ uit de Sysse-Panne van 6 december 1795 kan zijn bedoeld (p. 56). Deze vooraanstaande Gentse republikein, geboren omstreeks 1755, was onder het Oostenrijks Bewind leraar retorica in het Koninklijk College in Gent. Hij speelde volgens Schrans (1997) een onduidelijke rol tijdens de Brabantse Omwenteling. In opdracht van de Staten van Vlaanderen verzamelde hij inlichtingen over de contracten die patriotten hadden gesloten met een Engelse wapenhandelaar. Hij heeft een aantal pro-Franse werkjes op zijn naam staan, zoals Eloge funèbre du général Hoche (1797), waarin hij zich bekend maakt als ‘Professeur des Belles-Lettres à l’Ecole Centrale du Département de l’Escaut’.

Exemplaren
¶ Geen exemplaar bekend.

Literatuur
¶ Sébastien Dubois, ‘Essais sur l’éducation nationale à la fin du règne de Joseph II (1788)’, in: Bulletin de la Commission royale d’Histoire 169 (2003), p. 163-290, aldaar p. 177
¶ Guy Schrans, Vrijmetselaars te Gent in de XVIIIde eeuw (Gent 1997), p. 251
¶ Jozef Huyghebaert, ‘Den Demokraet, een Gents blad van 1795’, in: Ghendtsche Tijdingen 12 (1983), p. 28-36.

Rietje van Vliet