Ontleeding van den Ontleeder der Gebreeken (1724)

Titelbeschrijving
De Ontleeding van den Ontleeder der Gebreeken.

Periodiciteit
Dinsdags tweewekelijks blad, verschenen in vier afleveringen (11 en 25 januari, 8 en 22 februari 1724). Het werd eerst echter, in de Leydse Courant van 7 januari 1724, aangekondigd als zullende verschijnen ‘op Maandag den 10 January en zoo vervolgens alle Veertien Dagen […] door een Staatkundig Liefhebber der Geleerdheid’. Die datum blijft genoemd in een advertentie op 10 januari zelf.
Er kunnen niet meer dan vier afleveringen verschenen zijn: de verzameluitgave waarin deze afleveringen zijn opgenomen, samen met de Ontleeder zelf, heeft als Franse titel Den Ontleeder der Gebreeken. Benevens de Vier Tegen-Ontleeders Door den Ontleeder der Gebreeken.

Bibliografische beschrijving
Elke aflevering telt acht bladzijden in kwarto. Het geheel is doorgepagineerd 1-32. Het titelblok geeft titel, nummer- en datumaanduiding.

Boekhistorische gegevens
Het colofon van de eerste aflevering luidt:

Te Utrecht, gedrukt voor den Auteur, en werden uitgegeven by Besselingh. Amsterdam H. Bosch. Rotterdam A. Willis, N. Korte. ’s Hage, L. Berkoske. Leyden, Janssons van der Aa. Delft, R. Boitet. Haarlem, van Lee. Gouda, van der Klos. Alkmaar, van Beyeren. Dordrecht, van Braam. Hoorn, Beukelman. Harderwyk, Rampen. Nimwegen, van de Veluw. En vorders in de Steden by de Boekverkoopers.

In de volgende afleveringen vindt men enige kleine wijzigingen in deze lijst verkoopadressen.

Medewerkers
De schrijver is ongetwijfeld de weekbladauteur Jacob Campo WEYERMAN (1677-1747), die er blijkbaar plezier in had door middel van een tegenschrift zijn eigen blad, de Ontleeder der Gebreeken (1723-1725) van nog meer lezers te voorzien.

Inhoud
In de eerste aflevering doet de auteur van de Ontleeding het voorkomen dat hij de Ontleeder met diens eigen wapens wil verslaan; hij is even goed! Hij is des Ontleeders Sosia (min of meer: tweelingbroer), ‘daarom zal ik zyn styl, die onnavolgelyk schynt, navolgen’ (p. 2). Mocht dit tweewekelijkse papier slagen, dan zal hij zelfs wekelijks de strijd aangaan. Wat de inhoud betreft: hij zal altijd beginnen met de behandeling van de Ontleeder, voor wie hij achting heeft. Daarna zal hij contemporaine gebeurtenissen behandelen, leerzame en oudheidkundige aanmerkingen maken, vertellinkjes geven. Ook zal hij de kranten doornemen, maar op een andere wijze dan de Ontleeder doet, want die laat de mensen lachen terwijl hijzelf de mensen zal doen schreien.
In de volgende afleveringen voldoet hij aan zijn beloften. Hij laat zelfs een pseudodebat plaatsvinden tussen de Ontleeder en hemzelf. Hij voldoet verder aan zijn beloften, bijvoorbeeld door het verschaffen van ‘een paar Trekzels van Courant Thee’.
Men vindt ook een reeks opmerkingen die er blijk van geven dat de Ontleeder en de Ontleeding elkaar wel erg goed kennen. Zo legt hij uit op welke wijze de Ontleeder atheïstisch genoemd kan worden (nr. 3).
De Ontleeder zelf laat wel blijken dat hij de Ontleeding gelezen heeft, maar reageert er nauwelijks op (deel 1, p. 120, 130-131, 160).

Relatie tot andere periodieken
De Ontleeding geeft er blijk van de contemporaine weekbladschrijvers zeer goed te kennen. In nr. 1 zegt hij het langer vol te kunnen houden dan de Bataafsche Proteus (1724), de Mensch Ontmaskert (1718), de Fabrikeur in Brieven (1720), de Reyzende Momus (1720), de Amsterdamsche Diogenes (1721), de Esculapius (1723), de Vermaakelyke Uytspanningen (?), en de Amsterdamsche Argus (1718-1722). In de derde afleveringen is er lof voor de zeer ‘divertissante’ Examinator (1718-1721).

Exemplaren
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: 1209 A 10:2
Full text

Literatuur
¶ J. Bruggeman, Descriptieve bibliografie van Jacob Campo Weyerman. Periodieken (’s-Gravenhage 1986), p. 60-76
¶ W.P. Sautijn Kluit, ‘Jacob Campo Weijerman als journalist’, in: Bijdragen voor Vaderlandsche Geschiedenis en Oudheidkunde, Nieuwe Reeks 7 (1872), p. 193-245.

André Hanou